Categorieën
Beeldende kunst

Kennismaking Kempische Kunstenaar Anita Fleerackers

We stellen vanuit Kortsluiting graag beeldhouwer en schilder Anita Fleerackers voor van Gierle, die met abstracte, betoverende beelden met prachtige soms gouden dan weer bordeaux patina de continenten veroverde. En tevens trouw bleef aan de Kempen zowel als mentor aan haar 4 kleinkinderen. Ze experimenteert recentelijk met moderne technieken voor het veroveren van nieuwe artistieke horizonten.

***

Wie ben jij? Waar woon je en is dat je thuisstreek? Is er een verschil tussen waar je woont en waar je je thuis voelt?

Mijn moeder gaf me de naam Anita, mijn vader gaf me de naam Fleerackers, ja ik ben een Fleerackers, dochter van Peer Sas (in de volksmond). Vijf broers en vijf zussen, een kroostrijk gezin noemde dat toen. Geboren in Tielen (Kasterlee) nabij de watermolen.

Sinds 1980 woon ik in Gierle (Lille) , mijn grote liefde gevolgd en dicht bij zijn werk (melkerij De Gier ) gaan wonen, wij waren toen al heel ecologisch ingesteld.

Hier voel ik me thuis, de aarde geurt er hetzelfde als in Tielen, de sterren fonkelen hetzelfde, de maan straalt s ’nacht hetzelfde, en de zon is er warmer dan toen in Tielen, maar dat kan ook aan de opwarming van de aarde liggen! En de mensen sluiten je in hun hart net als in Tielen.

Natuurgeweld//sfeerbeeld//Gierle// fotograaf//Anita Fleerackers

Heeft je thuisstreek of de Kempen je geïnspireerd? En hoe?

Wat me telkens weer inspireert is wat de natuur aanreikt, de geur van grond in de ochtend, paarden die dartelen in de wei, koeien die na een winterperiode op stal terug van hun vrijheid genieten buiten, een woeste stier die geen nabijheid tolereert.

De kleur van de natuur verrast me nog dagelijks. De vele tinten van blauw, grijs, rood oranje dit wanneer de zon haar kleurige dekentje opzij gooit s’ochtends en zich toedekt met haar kleurig dekentje s’avonds.

Vogels en bloemen , vooral nu tijdens de covid ben ik meer buiten dan binnen, werken in de tuin of gewoon genieten, nadenken, evalueren, positief blijven en uitkijken naar….

Sfeerbeeld Manege Gierle//Google//Fotograaf Anita Fleerackers

Hoe beschrijf je je kunst?

Met mijn beelden wil ik mensen laten genieten, genieten van de beweging die in mijn leven passeert. De kortstondige beweging van dans, Tango of Flamenco, een kortstondige beweging van een dartel paard, een te dolle stier. De kracht of de sierlijkheid vastzetten in klei, meestal zeer minimalistisch, soms iets meer maar meestal met minder. De kijker laten voelen waar het om gaat, de essentie, de beweging, het karakter.

In mijn schilderijen voer ik mensen mee naar een wereld vol kleur, impressies van de ochtendlucht, memories van kleuren in de natuur, herfst of uitbundige zomers, prille lentekleuren of koele winterkleuren. Je ruikt als het ware de natuur.

Foto// Detail abstract werk “Memories” olie op Antwerps linnen, 140cmx140cm , van Anita

Wanneer voelde je de passie om dingen te maken en vanaf wanneer kreeg die passie richting?

Reeds als kind voelde ik de passie om iets met aarde te doen, met de toen aangevoerde klei ,die diende voor het funderen van de nieuwe betonweg in onze straat, heb ik menig potje en asbakje gemaakt? Ik ging de hompen klei wassen in de rivier de AA nabij de watermolen. Daarna vormde ik potjes en asbakjes en liet ze drogen, ze hebben jaren op de vensterbank gestaan bij mijn ouders.

Toen reeds was de kunstwereld een wereld die me deed dromen. Hippoliet De Clerck,  familie langs vaders zijde  was directeur aan de kunstacademie in Mol. Af en toe, bv bij begrafenissen kwamen wij in contact met hem en de commentaren van mijn vader en zijn zussen achteraf spraken me steeds tot verbeelding, ik voelde een ongelooflijke vrijheid en begreep niet wat daar slecht aan zou kunnen zijn.

Sfeerbeeld//Blog//Jan Van Duppen

Wat is je drijfveer?

Mijn drijfveer is creëren, mensen laten genieten van mijn werk. Rustpunten creëren. Het is een drang die niet ophoudt, het is delen en houden van.

Wat wil je nog bereiken de volgende jaren?

Gewoon verder doen met wat ik doe, het is onwaarschijnlijk waar overal mijn werk naartoe is gegaan. Het gaat erom dat mensen het zien, herkennen en koesteren. Dat is graag gezien worden, bij mensen in hun leven mogen komen, mogen deelnemen.

Voor mij hoeft het niet in een museum, alhoewel dit jaar ik door twee musea gevraagd ben, één in Duitsland en één China. Ik bekijk dit nog en nu met Corona ligt alles stil, we zien nog wel.

Wie of wat heeft je kunst beïnvloed?

Mijn academische opleiding heeft zeker mijn kunst beïnvloed, daar heb ik technieken geleerd, kritisch leren zijn en begrepen dat een eigen stijl ontwikkelen noodzakelijk is eveneens als trouw blijven aan jezelf.

Na een periode aan DKO, academie van Turnhout ben ik overgestapt naar DKO academie in de Mutsaardstraat Antwerpen. De overstap naar Antwerpen kwam na een onaangekondigd bezoek van beeldhouwer Andre Proost, hij belde aan en zei dat hij mijn werk in de academie van Turnhout had gezien en indien ik als professionele kunstenaar wilde bestaan dat ik best naar DKO Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen ging om mijn studie ’s af te maken.  

Databank Erfgoed Noorderkempen// Portret André Proost //Beeldhouwer reliëfs stadhuis//Archief Turnhout

Antwerpen is wereldwijd gekend om zijn kunstenaars en door daar te studeren gaan deuren voor je open. Hij sprak allicht uit ervaring.

Ik startte in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten DKO Antwerpen, het jaar dat Antwerpen culturele hoofdstad van Europa was. In september was de hogeschool nog gesloten en daardoor kwam het dat ik gevraagd werd om in het atelier DKO te demonstreren hoe een beeld tot stand komt. Ik had heel wat bagage en een filmploeg uit Japan of China maakte een reportage over de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Het was onmiddellijk een appreciatie voor mijn kunnen.

Foto//Anita in actie

In Antwerpen kreeg ik de aanmoedigingsprijs van de academie nl de prijs van het VRIKA, vrienden van de Koninklijke academie, dat is een zeer hoge erkenning want deze vriendenkring bestond uit gevestigde waarden in de kunstwereld.

Hou je je vast een aan zekere stijl of ben meer voor vrije creatie? Speelt esthetiek meer een rol in je creaties of een dieper verhaal en symboliek? Of beide?

Door mijn opleiding heb ik een eigen stijl ontwikkeld, zoals een schrijver zijn verhaal brengt. Ik laat de toeschouwer mijn kijk op de omgeving zien door mijn creaties. Ik laat ze kracht, kleur en beweging zie, ik wil ze laten genieten, en zo toegelaten worden in hun leefwereld.

Zijn er zeker limieten in je werkmateriaal waar je tegen gebost bent? Hoe kwamen die tot uiting?

Tja limieten, mijn carrière begon met limieten. We hadden pas een huis gekocht en ik wilde graag professioneel kunstenaar worden. Gelukkig kreeg ik vuurvaste stenen van mijn vader, hij had de oude hout-gestookte bakoven van bakker Van Heuckelom  in Kasterlee afgebroken, en hij mocht de stenen hebben als dank. Alhoewel hij me de stenen  schonk om een broodbakoven te bouwen, gebruikte ik deze om een keramiekoven te bouwen. Maar op de plaats waar de oven zou komen, stonden nog grote dennenbomen en die diende eerst te worden verwijderd.

Omdat mijn man een te drukke job had begon ik er zelf maar aan en op dag 1 had ik twee bomen uitgedaan met wortel en al , tja toen mijn man thuiskwam heeft hij me geholpen de andere bomen uit te doen en de houtoven te helpen bouwen hij was overtuigd dat ik het meende.

Maar hoe begin je aan een houtoven? Welk model bouw je? Hiervoor had ik van Gerda Steegmans, lerares aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Turnhout, één van haar eindwerkboekjes gekregen, “Het bouwen van een houtoven”. Naar haar inzichten heb ik mijn eerste oven gebouwd.

Dan komt het erop aan om de oven te bakken, langzaam opstoken, constant bij blijven, hout toevoegen, temperatuur controleren etc. Zomer en winter,  zon of regen, zelfs bij sneeuw en menige keren aten we dan buiten bij het vuur van de oven.

Belangrijk was en is nog steeds, respect voor het materiaal! Klei kan je niet forceren want dan straft het je af, de klei moet droog zijn alvorens hij in de oven kan anders blijven er alleen maar stukjes over en kan je hopeloos gaan puzzelen. De klei wordt boos en ontploft in de oven als hij niet droog is. Wanneer ik toch ongeduldig was en de klei boos, was ik steeds boos op mezelf en niet anders. Vandaar dat ik altijd zeg, respect respect en nog eens respect!

Foto van contact Anita//Kunstenares Gerda Steegmans

Hoe sta je tegenover kritiek? Heeft kritiek je doen groeien in je kunst of eerder tegengehouden in enthousiasme?

Hoe ik tegenover kritiek sta, eigenlijk doet het me niets. Ik heb al zoveel meegemaakt en weet ondertussen dat er zoveel soorten mensen zijn als er mensen leven. Die het goed menen, die geven geen kritiek maar bouwen mee aan mijn carrière, de andere daar geef ik geen moer om. Er zijn kaas eters en confituur eters, trés simple!

Hoe heeft de Corona-pandemie invloed gehad op je werk?

Tja de Corona-pandemie. Die heeft me de eerste maanden wel van mijn sokkel geblazen. De pandemie heeft meer invloed op mijn financiën dan op mijn werk. Door mijn deelname aan vele internationale kunstbeurzen heb ik heel wat centen geïnvesteerd in beurzen die niet mogen doorgaan. Hopelijk gaan deze beurzen volgend jaar wel door zodat ik die centen kan recupereren. Ik heb gelukkig nog een tentoonstelling mogen hebben in de BIB van Tielen en in De Schuur in Gierle waarvoor dank aan de gemeentebesturen van Lille en Kasterlee.

Mijn man heeft een nieuwe website gemaakt en deze wordt internationaal zeer goed bezocht, zo krijg ik af en toe een mailtje met de vraag of ik een werk kan komen tonen. Dan richt ik mijn camionet in tot tentoonstellingsruimte en zorg ik voor een mini tentoonstellingske aan huis. Of het gevraagde werk wordt verstuurd, ik werk met een zeer professionele organisatie die mijn werk koestert en veilig op bestemming brengt.

Ook ben ik tijdens de corona gaan experimenteren en zijn mijn Sparkling ontstaan. Vertrokken van mijn originele beelden , bewerken op plexi waardoor de kracht van mijn vormgeving versterkt wordt en dat heeft gezorgt voor prachtige resultaten.

Sparkling Flashing Horse, 120cm x 80cm

Welke stukken zijn er van je te koop? Waar kunnen we je werk bewonderen en/of aankopen?

Mijn werken vind je op mijn website http//www.anitafleerackers.be onder de groep: prijsaanvraag kan je via mijn website prijs vragen, ik kom aan huis leveren op correcte en veilige manier; je kan betalen met de kaart of via overschrijving op mijn bankrekening.

Wat zijn je favoriete stukken waar je moeilijk afscheid van kan of kon nemen? Is werk waar je je ziel in gestoken hebt loslaten een uitdaging of geeft het eerder een positief gevoel?

Mijn nieuwe digi-plexi werken zijn echt verbluffend mooi. Ik heb onlangs een Crazy Bull verkocht en die is naar Spanje verhuisd. Het was moeilijk afscheid nemen maar het werkt louterend wanneer ik zie dat hij in goede handen is en gekoesterd wordt.

Op welke mijlpalen ben je werkelijk trots?

Ik ben echt trots op het feit dat mijn werk op alle continenten is verzeild geraakt en gewoon omdat ik mezelf trouw blijf. Die tonnen klei en liters verf verwerkt, nieuw leven gegeven en geadopteerd door zovele verschillende mensen.

Heb je nog andere passies buiten je kunst, zijn deze soms in conflict?

Mij tweede passie is mijn 4 kleinkinderen die ik regelmatig laat meewerken en meedenken in mijn atelier. Ze maken ook al knappe dingen. Daarnaast mijn tuin, groentetuin en bloementuin, een grote variatie. De bewoners, vogels, vlinders, egels, kippen en nu ook een bijenvolkje, ze hebben allemaal een plaats in mijn leven.

Wat is je zielsverhaal? Wat drijft je ziel voort?

Zielsverhaal: Geniet en zie naar wat je hebt, treur niet om wat je niet hebt!

Wat me drijft: Geloof in jezelf want in eerste instantie moet jij met jezelf leven, dan pas kan je met anderen leven en anderen ruimte geven om te leven.

Categorieën
Uncategorized

Mantra

Diep in het oerwoud

Eeuwenoud

Pas geschilderd

Categorieën
Muziek

De vlucht van de zwaluw

DC Swallow zegt u. Ja, DC Swallow. De ‘D’ staat voor Dave en de ‘C’ voor Cornwell, en die Swallow, dat is een zwaluw. Daar heb ik ooit de betekenis ook wel eens van geweten, maar die is verzwolgen in de zeeën van tijd en decadentie.

In 1807 schreef DC Swallow al in zijn blog dat het eens tijd werd dat hij zichzelf ‘toont’ aan de eventueel geïnteresseerde wereld. Hij loopt immers al heel zijn leven te ‘kunstenaren’ en te crëeren en te scheppen, maar heeft de vruchten van zijn brein nog maar zelden gedeeld met de medemensch. And slowly but surely komen de dingen samen.

Maar waarom DC Swallow op een website die schrijft over Kempense kunst met een hoofdletter? Wel, gewoon omdat de ondertussen al jaren in Gent vertoevende muzikant eigenlijk gewoon afkomstig is van Beerse, u weet wel, achter het koperfabriek tweede gracht links en daar moet ge het nog maar eens vragen.

Ik leerde Dave kennen in de nevelige jaren negentig toen ik als dichtende punkgitarist in een reggaegroep terecht kwam. Op een ochtend na een geweldig feest in een bos ergens, stond een jonge DC met een cassette in zijn handen aan onze auto, die net ingeladen was. Toffe pee, cassette in het deck en wat ik toen ontdekte was geniaal: stampende techno, gelaagde geluiden, muzikale waanzin, … het feest begon gewoon terug van voor af aan.

Enkele maanden later nodigde ik Dave uit voor een jamsessie, waar geloof ik ook zijn broer Vince – aka Zimbob, maar daarover later een artikel – op aanwezig was. Die jamsessie is de reden wellicht dat er in Vlaanderen destijds strengere geluidsnormen werden opgelegd, maar man, was dat legendarisch. Ik moet nog altijd lachen als ik daar aan terug denk.

Maar schone liedjes duren niet lang, en even later trok in mijn rugzak aan en trok de wijde wereld in, met als extra een extra lange mixtape van DC’s nummers, die me in de clubs in Singapore en Bali onmiddellijk een hele schare trouwe vrouwelijke volgelingen bezorgde. DC Swallow werd door de collega’s van de experimentele dubband Dubtales opgepikt en de rest is geschiedenis. De combinatie van dance en dub was een hit en met Dubtales toerde DC Swallow in Vlaanderen en Nederland. Hun naam en faam waren terecht groot. Dit succes kende een internationaal vervolg met Plastic Buddha en hun fantastische ‘Throwing stones in placid pools’.

In de jaren die volgde kwam ik Dave nog regelmatig tegen, vooral online. Hij was verkast naar Gent waar hij in zijn zolder muziek bleef maken, zonder enige toegift aan de commercie, quasi enkel en alleen met hardware keyboards en samplers, zonder al te veel vooraf geprogrammeer. Ene van de oude stempel, zoals we dat hier zeggen. Qua stijl is DC Swallow wat rustiger geworden tegenover zijn jonge jaren, maar muzikaal blijft hij heel uitdagend, en humoristisch. Check zijn dance-versie van ‘Laat ons een bloem’ van Louis Neefs anders eens.

Op YouTube en op SoundCloud laat hij regelmatig iets los, maar heel regelmatig is The Swallow niet. Maar als het er komt, dan is het goed, en zijn de vele fans blij en gelukkig. Onder die fans niet de minstens, zo weet ik dat Eduardo Delvino, de geniale producer van het Nanouchi Label, een grote fan is, en al jaren via allerlei slinkse omwegen Dave in zijn studio probeert te krijgen.

Zijn we al bij het einde? Ok, dan wil ik Dave nog even bedanken voor zijn vele jaren prachtige muziek. Ik hoop dat er stillekesaan eens iets wordt gedaan aan zijn voorspelling uit 1807. Dave, onze aandacht heb je al.

En allez, om het volledig te maken. Hier ook nog even de SoundCloud van DC Swallow …

… enjoy!

Niet voor watjes …
Categorieën
Woord

De Stronthoek Case

Cardinal hadden we opgenomen. Dat kon wel even wachten want vanavond werd een crimineel raadsel van een ander kaliber ontrafeld. Wie had de dode in de Stronthoek op zijn geweten? Sinds Stormloop 2019 hield het ons bezig.

De postkaarten met duistere tips, die indertijd als een bloederige rode draad door het kunstenparcours liepen, brachten ons alleen maar meer in verwarring. In het kader van ‘De nacht van het Kempens Erfgoed’ zou er eindelijk opheldering komen. Dra zouden we de identiteit van de moordenaar vernemen. Wie doodde Gust Schoen?

Natuurlijk hadden we ook het boek kunnen lezen. Maar we vernamen het toch liever van Jef met zijn Kempens, naar het Turnhouts neigende dialect.

Eén dode was voor Jef genoeg. Daarom had hij de stoelen in de Lakenhal ver van elkaar geplaatst. Bovendien was maar de helft van de toch al schaars aanwezige zitplaatsen bezet. De angst voor ziekte en ander onheil zat er goed in. Er was al genoeg ellende in de wereld.

Wij voelden ons nochtans veilig, zo op onze stoel, bij Jef. In aanwezigheid van deze Sherlock kon ons niets gebeuren. Bloedstollend hoe hij, samen met zijn kompaan Ernest Claes, de Stronthoek-case ontrafelde. Een true crime story bol van intriges, listen en bedrog. Dit alles heel toepasselijk in het decor van het Herentalse Erfgoed anno 1919. Fons Flapoor, Melanie Smoskop, Jakke Vos, ze zaten er allemaal voor iets tussen. Hoe precies? Daar moest Jef soms ook even voor in zijn papieren kijken.

In elk geval, losliggende kasseien zijn extreem gevaarlijk en ideaal als moordwapen.

We hingen een dik uur aan Jefs lippen die deze heerlijke thriller zo begeesterd vertelde alsof hij hem zelf had verzonnen.

Wegens omstandigheden was er geen gelegenheid om bij te komen bij pot en pint. Dus keerden we huiswaarts, goed oplettend voor losliggende kasseien. En we vergaten haast voor even dat er een killervirus op de loer lag.

Jo Lamers

Categorieën
Uncategorized

Keukengedicht

Een tekstje schrijven

Da’s het plan

Iedereen verbazen met wat ik kan

Maar kan ik het wel

Hier tussen de was

En tussen al wat gisteren was

En wat vandaag nog allemaal moet

Nochtans niks met dwingende spoed

Er slingert teveel rond in het hoofd

Wat het creatief denken dooft

Misschien eerst joggen en dan in’t bad?

Hoe doen de Nico Dijkshoorns dat?

Die zitten toch ook gewoon in hun keuken

Dus go with the flow en laat het gebeuren

Toch maar eerst koffie, of toch niet

’t is niet dat je haar naar binnen giet,

de inspiratie. Ze komt vaak van boven. 

Maar hier alleen voetstappen die storen.

En het huis dat ontwaakt veel te luid met lawaai

Met geeuwen als leeuwen. Een krijsende kraai.

De ‘chasse’ van ’t toilet lijkt de niagara

Mijn inspiratiebron in de sahara.

Ik wil een bureau met geluidsisolatie

En lichtbundelinval voor inspiratie.

Categorieën
Uncategorized

Een vrolijke noot

‘Als je iets leuks weet, stuur maar door,’ eindigde mijn Brusselse vriendin ons telefoongesprek.

De tweede coronagolf houdt haar uit haar slaap. Al twee dagen werkt ze aan een procedure om de vuile was volgens de regels op te halen bij haar moeder in het woonzorgcentrum.

Over alle uitstapjes die we gepland hadden hangt een dikke mist van twijfel.

Is dit veilig? Overleven we dit zonder eten en drinken? En op welk toilet zijn we nog welkom?

Draaiden ze de hele boel maar op slot. Dan konden we tenminste zonder twijfel thuisblijven.

En dan kon ze genieten van ‘de wijn van een goed jaar’ die haar man preventief al in huis had gehaald.

Het was duidelijk. Ze had nood aan een vrolijke noot, aan three little birds on her doorstep. Uit welk zoetgevooisd bekje ging deze onbekommerde melodie komen? Uit het repertoire van mijn partner die sinds zijn tijdelijke werkloosheid fluitend door het leven wandelt? Hij had me net gemeld dat de komkommers in de Colruyt van plaats waren veranderd. Jaja, komkommertijd. En vanmorgen kroop hij op handen en knieën over de vloer. Net een plukje okselhaar weggeknipt vanwege helemaal in de knoop. Nu was het ontsnapt en wie weet was het wel in mijn handtas gevallen die daar ergens rondslingerde. Van deze huis-tuin-en-keukenfratsen ging mijn vriendin niet vrolijk worden.

Dan maar weer eens het verhaal van de blote tuinkabouterin, bedacht ik.

In de Kempen een kijkcijferkanon, maar in het Brusselse vast en zeker tussen de mazen van het hoofdstedelijk nieuws geglipt.

Ik kopieerde de link en mailde hem door.

Toen zag ik dat ze me voor was geweest met een link naar een reportage over ene Wopke Hoekstra en hoe die in Nederland op een sympathieke én efficiënte wijze de touwtjes in handen houdt in volle coronatijd.

De verbouwereerde Louis met zijn tuinkabouterin verbleekte bij Hoekstra, en wellicht verstond mijn Brabantse vriendin geen woord van de ‘aangedane’ Louis.

Maar ze had altijd haar wijn nog van een goed jaar.

Categorieën
Muziek

Majestoso

Robin Verheyen, solo in de Kapel.

Foto: JLV, hergebruik mag mits Duvel

Vandaag stond saxofonist Robin Verheyen, bekend van zichzelf en van Taxi Wars, solo op de planken van de Kapel in Herentals. Inderdaad, solo, als saxofonist. Gedurfd dus. Robin werkt aan een nieuwe solo-plaat, blijkbaar zonder andere instrumenten, als we de aankondiging mochten geloven.

En dat deden we dus. Zodat we ineens ook kunnen toegeven dat we opnieuw geen titels kennen. Dus gaan we voor de sfeer. Die zat goed. De akoestiek in de Kapel is op zich al een monument en daar kerfde Robin Verheyen een dik uur lang zijn sax in. Een intense ervaring.

Het concert begon met een soort slangenbezweerderstrack die mijn innerlijke cobra liet ontwaken, deed rondspieden in mijn ontzielde brein, om die vervolgens te bedwelmen. Daarna ging het enkel maar bergop. Jazz die zich ontwikkelt terwijl je adem stokt. Muziek die zijn eigen orkest blijkt worden. Het geluid van een blaasriet dat droogt. De ijskast die meebromt in de maat, een koffielepel die op de juiste tel op de grond dwarrelt.

Een sax man die naar adem hapt.

Hoest …

… de ogen gesloten houdt.

Diepe, ruwe, zachte tonen … Robin Verheyen speelt misschien niet virtuoso, hij gaat gewoon voor majestoso. Telkens een nieuw track. Een nieuw geluid. Je voelt Miles David en John Coltrane meeknikken op de melodie. Je hoort achtergronden die er niet zijn, ruisende zeeën, zwoele feesten op Braziliaanse stranden, technobeats in clubs die om 4 ‘s nachts openen. Muziek die ademt.

Een sax heeft een orkest nodig, zegt men dan. Klopt niet, en Robin heeft gelijk. Hij trekt zich er gelukkig niet al te veel van aan. Komt schoon op tijd aan, met een proper hemd aan. Geen praatjes, enkel muziek. Geen welkom, geen bindtekst, en op einde een verlegen ‘dank je’ voor het daverende applaus van een volledig ingepalmd publiek.

Deze cool cat is een rasechte jazz man. Laat die soloplaat maar komen!

Categorieën
Uncategorized

Troubadour boven de stoof

Als zanger van de band The Doors is hij alom gekend. Althans door de oudere jeugd onder ons, want voor de huidige jeugd is The Lizard King oftewel Mr. Mojo Risin’ het equivalent van een fresco op een witgekalkte muur en doen de aliassen van Jim Morrison even vreemd aan als de aanblik van een Indische sari in een Vlaams straatbeeld. Zelf moet ik toegeven dat zijn met wolvlokking gevulde hippie outfit ook van voor mijn tijd is. En ik zijn liederen enkel van vinyl, cassette en Youtube ken. Desalniettemin is het genre van psychedelische, hard- en bluesrock van The Doors een onontbeerlijk iets voor elke muziekliefhebber. Alleen al ter loftuiting voor de tekstschrijver en dichter die Jim Morrison was. Over de doden niets dan goeds. 

Maar eerlijk is eerlijk, Mr. Mojo Risin’ kon bijwijlen een asociale Mr. Klojo zijn waar geen bestuurder nog vat op had. Jim Morrison raamde dat zijn escapades even sappig zouden gesmaakt worden als een verse ananas, maar de katholieke Amerikaanse autoriteiten proefden enkel het zure ervan. Geen enkel kerkelijke rite schrijft overmatig drank- en druggebruik en het daarbij horende obsceen gedrag voor. Nog liever bonden ze hem vast aan een eenzame boom ergens op een glooiende heuvel rond Minsk. 

Voor zijn fans toonde Jim Morrison zich als een troubadour die met krachtige bezieling over de diepste kwalen van zijn gemoed zingt. Met een ego dat bereid is om door elke vrouw zijn wangen te laten aflikken. Dat is het zichtbare gedeelte. Dat is wat hij liet zien. Maar wat met de diepste kwalen van zijn gemoed? Misschien moest erover gezongen worden omdat hijzelf niet de jus had om er iets anders mee te doen. Misschien deed hij dat zingen met een krachtige bezieling als was hij een Afrikaans land dat gebukt gaat onder een tropisch klimaat waarin tussen grote droogte en zware regenval geen middenweg te kiezen is. 

Wat er ook van zij, Light my fire is allang uitgeblust. Om dan boven de restanten van wat ooit een stoof is geweest terecht te komen. Hà!

Lizzy Dizzy

Categorieën
Column Event Humor

Parnastival: gedemptevaarststock

Of all the culturele centra in all of the world, I had to walk into ’t Schaliken. Daar werd vorige zondag, in het kader van herinneringsmomenten aan Ruwe Ronald Luyten aka De Witte Stilte de film van het Parnastival, een eendaags muziekfestval uit de Moderne Tijd (1976) vertoond.

Aan die prent over het “Woodstock aan de Gedempte Vaart” heeft, oneer wie oneer toekomt, ondergetekende een piepklein beetje meegewerkt in de vorm van geluidsassistent: de knopkes Record en Play van de cassetterecorder, destijds een staaltje spitstechnologie, op het juiste moment indrukken. Laat nu juist de geluidsband van de film overduidelijk de zwakste schakel van het geheel zijn en (niet alleen, edoch) mea maxima etcetera.

Ruim 70 gemaskerde weemoedigen, voor het merendeel mensen die al vergeten zijn dat ze Abraham/Sarah al hebben gezien, woonden het Evenement bij. Kurkdroge, maar noodzakelijke info: Parnas was een alternatieve jongerenorganisatie die ook (wereld-)winkel speelde en die mede werd opgericht door voormelde Ruwe en regisseur Mark Pelsmakers.

De “Pels” al een kwarteeuw niet meer onder ons, was met Parnastival aan zijn langspeelfilmdebuut toe en dat zie je dan ook. Na de eindgeneriek deelde mijn volautomatisch notitieboekje het volgende mee: de film volgt de voor concertprenten geijkte chronologische formule (het idee, de opbouw, de uitvoering, de aftermath) niet en dat komt de cohesie niet ten goede, het schrijnend gebrek aan beeldmateriaal wordt opgevuld door leuke, maar niet ter zake doende Dikke en Dunne-fragmenten, het idee van synchroniciteit tussen beeld en klank wordt constant uitgelachen, de namen van de bands zijn (bewust) altijd verkeerd, de humor is nog meer belegen dan mijn oude kaas en het feit dat het zonlicht die dag wel erg fel scheen is nog geen reden om gedurig het overbelichte op te zoeken.

Het meest opmerkelijk is de volslagen afwezigheid van wel gesprek/interview dan ook. Zou nochtans leuk zijn geweest, bedenk ik me dan. Het geheel baadt in een (toegegeven: tijdsgetrouwe) sfeer van plezante alternatievelingen op zoek naar bevestiging van hun alternativiteit. Dus? “Een interessant tijdsdocument” aldus galerijhouder en Stormram G.V. – die er een gewoonte van heeft gemaakt het nooit met mij eens te zijn. De nimmer om een eigengereid oordeel verlegen Jackie (die van de frituur vroeger) stelde onweerlegbaar: “Rommel, maar wel plezant om zien”.

Nu moet U weten: het tijdsgewrocht in kwestie was er een van de “tegencultuur” (later door de heer Jambon etymologisch misbegrepen) en de strijd van de Jonge Intellectueel tegen Het Gezag, bij voorkeur belichaamd door BOB’ers in uniform, ijverig zoekend naar “verdovende drugs” bij het “langharig werkschuwtuig”. Een cliché, maar één met groot waarheidsgehalte. En dus gold het adagium: if you’re going to Parnastival, be sure to wear etcetera. En daar begint mijn hippiesandaaltje te knijpen. I never believed in flowers, tenzij die “du mal” en die van “le malheur”.

Veel dichter bij wat ik mijn Lebensempfinden noem (hoe noem je zo’n beestje?), kwam ik amper één jaar na Parnas: een optreden van The Clash in Leuven en van Joy Division in Antwerpen en Ukkel. Het festival van “de levensvreugde” beperkte de vreugdemomenten tot seks, bier, dans, wiet, blues en, jakkes, het zachtere akoestische gitaarwerk. Natuurlijk zal ik dat als 17-jarige als een orgelpunt beleefd hebben, maar door de tweede visie ooit van de film overtuigt mij dat ik ofwel erg naïef ofwel zo zot als een orgel(punt) was.

De échte reden is, vrees ik, volgende tussentitel: NOSTALGIE IS NIET MEER WAT HET GEWEEST IS. Anders gezegd: le passé raakt mijn kouwe kleren niet meer, en “alternatief” durf ik al jaren niet meer te zijn in tijden van volle vermainstreaming en verkleutering. Leve de saaiheid, luidt mijn motto, en veel mensen vinden mij de verpersoonlijking ervan! Echter!! Daags voor het festival heeft de auteur van dit langdradig stuk een moment van transcendentale schoonheid beleefd, zo mooi dat het niet op pellicule kon vastgelegd worden. Na zware arbeid aan het podium (elke lichamelijke arbeid valt mij zwaar) verpoosde ik, zittend in het ondiep van het Kempisch kanaal.

Tussen het sleuren aan de obligate joint door viel mij de vuurrode avondzon op en ging mijn meditatief onderbewustzijn richting Benares (Varanasi heet dat nu). Dat Ganghesgevoel werd nog aangedikt door een voorbijdrijvend koeienkadaver, weliswaar in de vorm van leeg pakje La Vache qui Rit. De diepte van Nietzsches eeuwige terugkeer en Schopenhauers visie van de wereld als wil en (film-)voorstelling, daar had ik in de film toch een ietsepietsie van willen terugzien.

Te vergeven, maar niet de cruciale blunder, bondig samengepakt in de allitererende tussentitel GEEN GLIMP VAN GERDA, GODVERDOMME. Gerda, dat was, om haar naam niet te noemen, Gerda B*ck*rs uit het toen nog als verafgelegen beschouwde Hulshout, een feeërieke verschijning waarop ik mij meermaals letterlijk de tanden hebben stukgebeten (een anekdote die ik uit pure schaamte niet durf te vertellen). Het sneeuwblondje uit Hulshaat had als maten 90, 60 en 90! Nooit begrepen, overigens, waarom zij haar vrienden nummers gaf – ik was wellicht 000.

Swat, ondergetekende heeft de inmiddels 61-jarige (tenzij RIP heeft toegeslagen) GB voor het laatst gezien op, drie puntjes, Parnastival. Daar kreeg ze van mij in ruil voor één schamel bonnetje niet de gevraagde boterham met tahin, maar drie stokbroden, een pot tahin en nog een potje honing toe, kwestie van mijn Freudiaanse aanvalstactiek in origine te richten op het smaaksegment. To cut a very long story short: het brood bracht geen spelen teweeg.

Absoluut oninteressant om weten, maar ik zeg het toch, is hoe raar het lot toch is: GB kwam twee dagen voor de filmvertoning nog ter sprake bij een als dialoog vermomde monoloog van mij met een ex-dorpsgenote van haar, bekend als de eerste helft van de Annemiekes. Zij beloofde plechtig het script uit te werken van mijn volgende film, Whatever happened tot Gerda Beckers? In de Parnastivalfilm komt zowat iedereen in beeld, maar mijn (gewezen?) natte jeugddroom niet en ik, God save the Queen, gelukkig evenmin. En met één still, één stilleven van Gee had mijn filmhonger gestild geweest en kon ik Hametiaans afsluiten met: de rest is still(te). Nee, dus. Interessant tijdsdocument, dus. Vol levensvreugde, dus. Alsof die de jongste decennia al niet genoeg van de pretzenders spat.

FanOfGodSpeed

Categorieën
Humor Muziek Woord

File op E313 erkend als Unesco erfgoed

Een van de populairste tradities in de Kempen is natuurlijk de file op de E313. Ontstaan in de jaren zestig en gaandeweg aan populariteit gewonnen tot nu de dagelijkse samenkomst zelfs tot voorbij Herentals reikt en dit helemaal coronaproof!

Onlineradio Kempisch Kanaal doet daarom een oproep om deze traditie op te nemen worden in de UNESCO werelderfgoedlijst zodat deze nog voor generaties in ere blijft verder bestaan. Om deze actie kracht bij te zetten, zal het ook druk worden dit weekend op het Kempisch Kanaal, met mogelijks filevorming tot gevolg.

Wat vaart er allemaal rond dit weekend?

Op zaterdag 19 september speelt DJ Blue Man van 10 tot 12 uur live vanuit de Wolwinkel in Geel. Hij haalt zijn beste Japanse popparels, cumbiaaah!, ernstige reclamespots, dwarse fluiten, dwarse katten en afrobeat boven.

Van 12 tot 14 uur spelen DJ Toekanbaas en DJ Lorelei live vanuit de Toekan in Heist-op-den-Berg onder het motto “tussen de Cappuccino’s en de patatten”, niet te verwarren met “tussen de soep en de patatten” want soep serveren ze niet in Toekan.

Twee straten verder speelt Radio Storm vanop het zonneterras van De Living in Heist waar ze 11 kaarsen uitblazen. Van 14 tot 15 uur speelt Radio Ontspanje, een hete trip langs de fijnste Flamenco, Rumba,, Pop en Rock van Spanje. Van 15 tot 16 uur is het tijd voor een Tropical Indian Summer session with DJ D. Bardeure. Van 16 tot 18 uur komen we Radio Sanseveria tegen, van 18 tot 20 uur 2 Brothers on the 4th flour.

Kunde gij nog volgen?

Wellicht speelt dan van 22.15 tot 1 uur live vanuit cafe de Wolwinkel een nieuwe Winterland Indian Summer Set. Radio STORM goochelt met de seizoenen voor wie de bladeren al ziet vallen met een greep uit de Winterland podcast en een Indiaan bij zonsondergang. De aanleiding voor dit alles is het concert van Kameel in cc De Werft wat moet nabesproken worden bij nacht en ontij in cafe de Wolwinkel.

Op zondag 20 september speelt Radio Storm van 15 tot 17.30 uur in cultuurcentrum ’t Schaliken. Ze eren er Ronald Luyten, AKA DJ Witte Stilte. De man stierf 3 jaar geleden vrij plots en schonk zijn hebben en houden waaronder een collectie schilderijen aan het Jacob Smits Museum in Mol. In Herentals wordt hij nu herinnert met een EXPO in Art Center Hugo Voeten,

Van 20 tot 22.30 uur sluiten het weekend af met een livestream concert van ALP (solo) vanuit Cafe De Living. Voila dit volstaat, tot morgen!

(gepikt van Facebook en enigszins aangepast voor publicatie)