Categorieën
Humor Muziek Woord

File op E313 erkend als Unesco erfgoed

Een van de populairste tradities in de Kempen is natuurlijk de file op de E313. Ontstaan in de jaren zestig en gaandeweg aan populariteit gewonnen tot nu de dagelijkse samenkomst zelfs tot voorbij Herentals reikt en dit helemaal coronaproof!

Onlineradio Kempisch Kanaal doet daarom een oproep om deze traditie op te nemen worden in de UNESCO werelderfgoedlijst zodat deze nog voor generaties in ere blijft verder bestaan. Om deze actie kracht bij te zetten, zal het ook druk worden dit weekend op het Kempisch Kanaal, met mogelijks filevorming tot gevolg.

Wat vaart er allemaal rond dit weekend?

Op zaterdag 19 september speelt DJ Blue Man van 10 tot 12 uur live vanuit de Wolwinkel in Geel. Hij haalt zijn beste Japanse popparels, cumbiaaah!, ernstige reclamespots, dwarse fluiten, dwarse katten en afrobeat boven.

Van 12 tot 14 uur spelen DJ Toekanbaas en DJ Lorelei live vanuit de Toekan in Heist-op-den-Berg onder het motto “tussen de Cappuccino’s en de patatten”, niet te verwarren met “tussen de soep en de patatten” want soep serveren ze niet in Toekan.

Twee straten verder speelt Radio Storm vanop het zonneterras van De Living in Heist waar ze 11 kaarsen uitblazen. Van 14 tot 15 uur speelt Radio Ontspanje, een hete trip langs de fijnste Flamenco, Rumba,, Pop en Rock van Spanje. Van 15 tot 16 uur is het tijd voor een Tropical Indian Summer session with DJ D. Bardeure. Van 16 tot 18 uur komen we Radio Sanseveria tegen, van 18 tot 20 uur 2 Brothers on the 4th flour.

Kunde gij nog volgen?

Wellicht speelt dan van 22.15 tot 1 uur live vanuit cafe de Wolwinkel een nieuwe Winterland Indian Summer Set. Radio STORM goochelt met de seizoenen voor wie de bladeren al ziet vallen met een greep uit de Winterland podcast en een Indiaan bij zonsondergang. De aanleiding voor dit alles is het concert van Kameel in cc De Werft wat moet nabesproken worden bij nacht en ontij in cafe de Wolwinkel.

Op zondag 20 september speelt Radio Storm van 15 tot 17.30 uur in cultuurcentrum ’t Schaliken. Ze eren er Ronald Luyten, AKA DJ Witte Stilte. De man stierf 3 jaar geleden vrij plots en schonk zijn hebben en houden waaronder een collectie schilderijen aan het Jacob Smits Museum in Mol. In Herentals wordt hij nu herinnert met een EXPO in Art Center Hugo Voeten,

Van 20 tot 22.30 uur sluiten het weekend af met een livestream concert van ALP (solo) vanuit Cafe De Living. Voila dit volstaat, tot morgen!

(gepikt van Facebook en enigszins aangepast voor publicatie)

Categorieën
Woord

227 Days 227 Lays

Loslaten van alle begin en einde

Voor peuters en kleuters leeft alles en iedereen. Tegen hen zeggen dat die of dat niet meer leeft, is als ontkennen dat de schaapjes die ze ’s avonds tellen niet uit wol en vlees zouden bestaan. Of dat de boze wolf niet in staat zou zijn om de grootmoeder van Roodkapje met huid en haar op te eten. En als hij dat toch zou doen, leeft in de kinderhoofdjes grootmoeder nog lang en gelukkig in de buik van de boze wolf.

Hoe goed ouders het ook met hun kinderen mogen voorhebben, er zijn van die heel zekere waarheden waarover ouders enkel kunnen praten wanneer hun voltallige kroost in slaap is. En dan nog verlopen zulk heikele gesprekken in een codetaal. Regel nummer één is dat je je kinderen noemt bij hun koosnaam. Regel nummer twee is dat je het onderwerp aangenamer voorstelt dan het werkelijk is. Tip is te denken aan de wortelpuree dat je tussen de stijf op elkaar geklemde lippen van je kind wil laten vliegen. En als het kleine stuk vreten met de wangen vol oranje smurrie het op een blèren zet, jij zelf op en neer gaat wippen van: ‘Lekker! Lekker! Lekker!’ Regel nummer drie is grenzen stellen aan je ouderlijke bezorgdheid. Los vuil dat je ziet neervallen op het tutje dat op het punt staat in je kleine zijn mond te belanden. Dat soort van heel kleine atomaire onderdeeltjes, die alleen ouders kunnen zien en die op de keper beschouwd zelfs gunstig zijn voor dat klein levend wezentje. Het niet willen horen dat dat het verdedigingssysteem kan helpen om indringers te bestrijden. Nog liever je eigen mentale gezondheid in gevaar brengen met de verzameling aan obscure informatie dat op het internet te vinden is, dan dat je de natuur haar gang laat gaan. En zo zijn er waarschijnlijk nog tig aan regels. Punt is dat het allemaal draait rond het loslaten van alle begin en einde. Op ieder moment kan en zal er wel iets gebeuren dat er gevaar voor schade of verlies dreigt. En dat moet niet altijd gepaard gaan met het lichaam dat in zijn ademhaling wordt belemmerd. 

Kinderloos als ik ben, vergelijk ik de opvoeding van kinderen graag met kunst. Op een bepaald tijdstip ziet de schilder, net wanneer hij met onverdeelde aandacht alleen het strijken van zijn penseel op doek kan horen, dat de verf een doorgang naar de vloer heeft gevonden. Voor de ouder heeft het verschijnsel van kleuren buiten de lijnen hetzelfde effect als een rode lap op een stier. In zijn functie van opvoeder ziet de ouder een begin dat goed begonnen is, maar een einde dat moet afgesloten worden. De schilder daarentegen, laat de lucht eerst nog eens traag door zijn mond naar binnen en buiten gaan. Stapt in gedachten af van wat normaal is en verwacht wordt. Wikt en weegt de mogelijkheid dat hij misschien het equivalent van een kind aan het verwekken is. Vergeet dat de verf op de vloer een nare gebeurtenis zou kunnen zijn en ziet het plezier van het onvermijdelijke in. Hij berust in wat mag zijn en wat hem toekomt. Hij laat los en neemt zijn tijd. Tweehonderdzevenentwintig dagen lang om precies te zijn. 

Lizzy Dizzy

Categorieën
Muziek

Beauty Kills

Op 26 augustus speelde Lili Grace haar langverwachte concert in De Kapel in Herentals. De Krona had al enkele malen roet in het eten gegooid en dus moest er actie ondernomen worden, zeker met dat regenweer dat er vanavond verwacht werd. Dus riepen onze vrienden van Stormloop en De Kapel de weergoden aan, en kregen daarop plotsklaps hulp van projectontwikkelaar Eddy Hendrickx, ook eigenaar van De Kapel, die besloot eigenhandig een afdak boven het podium te bouwen. Bedankt, Eddy!

Het podium stond klaar, overdekt dus dankzij den Eddy, een uitstekende geluidsinstallatie, veel goei volk dat eindelijk nog eens buiten mocht. Het bier stond koud, iedereen was goedgezind. Het was dus wachten op Lili Grace. Het damesduo was mooi op tijd en deed wat het moest doen: half Herentals een fantastische avond bezorgen.

De redactie van Kortsluiting was massaal aanwezig, dus mogelijk verschijnt er een van de dagen nog wel een recensie met een totaal andere mening. Maar de mijne staat alvast als een huis: dit was een steengoed optreden. De dames deden ergens uitschijnen dat ze zenuwachtig waren, maar daar was nauwelijks iets van te merken. Ze stonden als een bakstenen huis te spelen, met een kelder vol soul, een living vol emotie en een zolderkamer vol rare toestanden.

De zussen hadden een piano, een cello, een hobo en wat percussie bij, een sampler, en een vracht aan effectpedalen waar The Edge zeker in geïnteresseerd zou zijn. Samen met mijn kameraad de fotograaf speelden we een spelletje. Wat hoor jij? Dat was een een raar spel. Ik ga even door onze chat …

  • My sister is my clock. In een van de eerste tracks laten de zussen zich als erfgenamen kennen van het jonge dEUS, dat zich in hun legendarische mini-EP als een van de meest vernieuwende bands uit Europa laat kennen.
  • Björk speelt ‘Brother, where art thou?’. Ok, geen commentaar.
  • Laïs voor punkers, maar eigenlijk bedoelen we met punkers ‘gevorderde kenners’. De dames zingen samen, hoog, laag, diep, door dik en dun. Zij steunt, zij gaat hoog, zij vangt op. Wie zingt wat? Zij weer?
  • Ricky Lee Jones – Ghostyhead – persoonlijke aantekening – niet opnemen in het verslag.
  • Slash op cello, twee madammen op synth. Een kippevelmoment. Een van de eerste hoogtepunten in de show. De zussen grijpen je vast in een kleine kelder en drukken je tegen een bezwete, betonnen muur. Mijn voeten gaan op de grond.
  • Dit is een geluid uit de die LP van Moloko. Do you like my thight sweater? Legendarische plaat, episch geluid, maar volledig eigen versie. Geen toegeving.
  • Are You Gonna Go My Way? Opnieuw op de cello? Paradise City, op de cello. Echt mevrouw de celliste, u speelt al onze ouwe rockers naar huis.
  • Durven we nog even verwijzen naar de Anarchistische Abend Unterhaltung? Ja, dus.
  • En die samenzang achter aan het optreden? Was dat Sinead O’FuckingConner??!! Ik word opnieuw fan van die ouwe zaag.
  • Dolly Parton met haar oude werk. Geweldig! Geen sarcasme. Gewoon geweldig.
  • Wat nog volgt: Ziggy Stardust, Waterschapsheuvel (Bright Eyes!!!), Swordfishtrombones meets the bazaar, Ry Cooders Paris Texas, …
  • Apocalyptica?

Op muzikaal vlak zit Lili Grace met dit soort invloeden natuurlijk in marmer gegoten. Ze doen hier volledig hun eigen ding mee en laten inspiratiebronnen waar ze thuis horen: achter slot en grendel achterin je geheugen. Toch een zeer kleine kritische, maar eigenlijk opbouwende noot: Lili Grace speelt songs, met een intro, strofe, refrein en een outro. Dat mag, geen probleem. Maar een tweetal keer trapt het duo volop de gaspedaal in en laat zich eens goed gaan. Dat waren voor ons de topmomenten van het concert, de dames die buiten de lijnen begonnen verven. Dus tip: laat jezelf wat meer los, daar zit nog gigantisch veel ruimte, zeker met dat muzikale talent van het duo.

En dan stoppen ze ineens met spelen? Na dik een uur beklijvend aan ons vel te hangen? Gelukkig zit de bomma achterin en riep luidop om een bisnummer. De rest van het publiek gaat unaniem akkoord en de zussen gooiden er nog een zware rave-beat achterna. Eindigen in schoonheid noemen ze dat in de Kempen.

Een van de dagen komt de LP van Lili Grace uit, geproduced door Orson Wouters van Transistorcake. Ik zou zeggen, volg ze nu al op Spotify en check hun shows als ze in de buurt zijn.

Foto’s: XTof

Tekst: JLV

Categorieën
Beeldende kunst Humor

Ben jij ook een Snod’art?

Bubbelartiest en snoodaard Jan De Schutter organiseert een tweede opendeurdag op 15 augustus. Allen daarheen! Ook op afspraak is een bezoekje mogelijk.

De volgende tekst hebben we gepikt van Jenny H. op Facebook. Bedankt Jenny!

… een voormalige stovenwinkel omgezet naar een hedendaagse kijkdoos….
Na de opendeurdag op afspraak te bezichtigen.

EXTRA INFO


Maximaal 10 personen binnen.
Afstand houden zowel binnen als buiten.
Handgel is beschikbaar.
Er is geen toilet.
Eigen mondmasker meebrengen.

Categorieën
Muziek

Nieuwe plaat voor Bluenoid

PERSMEDEDELING

Ja, we zijn blij. Allez, de Jef toch al zeker. Het Braziliaanse dance label Industry Of House bracht onlangs de EP ‘Abstractive’ uit. De openingstrack van de EP is ‘Do You Want It’ van Bluenoid, waar Jef aan de knoppen zit. Internationale erkenning dus voor een dichter op pensioen, die zich omschoolde tot muziekproducent. Gekker moet het niet meer worden, zou ons moeder zeggen.

De EP ‘Abstractive’ is te beluisteren via Spotify en dj’s kunnen de tracks via hun Beatport-account binnenhalen. Naast Bluenoid vind je nog tracks van Hard Mix, Ray Briones en Nilton Fatore. De muziek is techno, tech house en house, dus luid en dansbaar. Op ‘Do You Want It’ hoor je een sample van Jef die de zin uit de titel uitspreekt. De track zelf is materiaal voor de heetste dansvloeren

Doe dus je ding en zoek de EP op. Draai hem loeihard door de boxen, sip van je gin tonic en beweeg dat lijf. Ken geen genade voor de muurbloem, zij zoekt de eenzaamheid zelf op. Dans & geniet!

🙂 Abstractive op Spotify

🙂 Abstractive op Beatport

Categorieën
Humor Verhaal

Ne Nipte? Ne Nipte Wa??

De vrijdagmarkt in Herentals. De vrouw achter het kraam grossierde, behalve in tomaten en in peren, ook in clichés. Net had ze –echt waar- haar vorige klant uitgezwaaid met de woorden en da we ze nog lang meuge meuge he. Nu stond ze op het punt mij aan te spreken. Ik hield mijn hart vast. Dag meneer, stak ze van wal, ‘t is mor ne miezerige he.

Ik keek haar aan. Waar had ze het in hemelsnaam over? De vorige klant? De komkommers achter haar? Ze moet gemerkt hebben dat ik het in Keulen hoorde donderen want ze herhaalde haar boodschap, wat meer op maat ditmaal, en een decibel of tien luider: Slecht weer he meneer! Voor de zekerheid keek ze ondertussen theatraal omhoog. In tegenstelling tot de lucht klaarde mijn gezicht helemaal op. Ten dele omdat ik eindelijk begreep wat de vrouw me zeggen wilde en dus adequaat kon reageren –Ja, amai seg, wa’s da?!- maar vooral omdat ik hier getuige was van de verdere doorbraak van een taalverandering die ik al een tijdje in de gaten hield.

Snel bestelde ik een kilo nectarines zodat ik ongestoord kon denken. Het was allemaal begonnen op het werk. Letterlijk van de ene dag op de andere kon ik geen vergadering meer bijwonen of er was wel iemand die met uitgestreken gezicht zei: Oei, da’s ne lastige. Daarop reageerde dan zonder verpinken iemand anders: Bwa, volgens mij wel ne redelijk doenbare. Stelde ik voor een nieuwe vergadering in te plannen in februari? Dan was het: Februari gaat voor mij sowieso nen helen drukke zijn. Halverwege maart dan? Oei, ik denk dat da ne nipte is, Bert.

Beschrijven wat hier gaande is, blijkt –hoe zal ik het zeggen- genen evidente. Neem nu een uitspraak als Februari is nen helen drukke. Op het eerste gezicht zou je denken: Simpel! Beproefde grammaticale constructie waaruit het zelfstandig naamwoord weggelaten werd. Dat kan namelijk perfect in het Nederlands. Je wenst bijvoorbeeld iemand een gelukkige verjaardag en zegt: ne gelukkige. Voorwaarde is dan wel dat het kristalhelder is welk het weggelaten zelfstandig naamwoord is. Iedereen weet dat het over de verjaardag gaat. En net daar wringt in ons voorbeeld het schoentje. Want welk zelfstandig naamwoord is er weggelaten bij nen drukke? Onmogelijk te zeggen. Dat komt omdat het alleen maar lijkt alsof er iets weggelaten is. In werkelijkheid is er helemaal niets weggelaten. Wie zegt: februari is nen helen drukke, zegt eigenlijk gewoon februari is heel druk, maar dan wat dikker aangezet. En dat, beste vrienden, is grammaticale spitstechnologie. Amper tien jaar geleden was dat volstrekt onmogelijk.

Terug naar het werk. Het liefst van al wou ik van mijn stoel opspringen, zo’n nieuwlichter bij de kraag vatten en zo hard ik kon gillen: Ne nipte? Ne nipte WA??’ Natuurlijk deed ik dat nooit. Ten eerste: Je moet met die mensen nog samenwerken. Dat wordt dan erg gênant. Ten tweede: Zij kunnen er natuurlijk ook niet aan doen dat ze geassimileerd zijn. Want met taalverandering is het zoals met de Borg: Resistance is futile. Willen of niet, je wordt geassimileerd. Dat werd pijnlijk duidelijk een paar maanden later. Ik zat –alweer- in een vergadering. Wellicht wou ik indruk maken op de aanwezige managers, want plots hoorde ik mezelf zeggen: Da vind ik echt nen hele jammere. Onthutst keek ik rond. Geen reactie. Allemaal uitgestreken gezichten. Slik. Geassimileerd dus.

Sindsdien heb ik resoluut de taalbeheersing ingeruild voor de taalbeschouwing. Vanaf de zijlijn kijk ik gefascineerd toe hoe de nieuwe constructie op haar glorieuze veroveringstocht bastion na bastion sloopt en ik wacht geduldig tot ze uiteindelijk elk bijvoeglijk naamwoord, en elke taalgebruiker, in haar greep zal hebben. Een prachtig spektakel is dat. Op de markt nam ik afscheid van de vrouw van het groentekraam: Tot de volgende en hopelijk rap ne zonnigere he! zei ik. De vrouw keek me fronsend aan. Hopelijk rap wa beter weer! verduidelijkte ik, een decibel of tien luider.

Bert Aerts (43 jaar, Herentals), alias Milder, is als schrijvende mens nog helemaal groen achter de oren. Exact twee jaar geleden begon hij te schrijven. Waarom? Beats me. Het was alsof het hem overkwam. Alsof hij er niet zelf voor koos. Op zijn facebookpagina Milder getuigt hij sindsdien eerlijk en zonder al te veel franjes over zijn leven. Voorál over het gesukkel, want dat is het mooist. Mild voor zichzelf, Milder voor u. ‘Ach, als het dat maar is,’ zegt zijn vrouw soms. ‘Er bestaan ergere manieren om een midlifecrisis door te komen.’

Categorieën
Poëzie

Herentalse melkboer

de melkboer meldt zich om tien uur
dra valt de nacht of
de melk wordt zuur

de melkboer fluit, loopt en lacht
steeds iemand die hongerig
op hem wacht
een man, een vrouw
soms gans alleen
de melkboer brengt hen
op de been

de melkboer fluit, loopt en lacht
de zwangere vrouw
die hem verwacht
drinkt melk bij de vleet
omdat ze verdomd goed weet
zacht weer of guur
de melkboer meldt zich
om tien uur.

Xavier De Busser

Xavier De Busser is een romantisch en gevoelig dichter, die heimat- en natuurgedichten schrijft en vaak de liefde bezingt.

Hij organiseert poëzieoptredens in zijn living en werkt met diverse muzikanten samen.

Hij is ook de stem in de trein die een goede reis toewenst.

Categorieën
Column Humor Verhaal Woord

Het rokende graf

Op een Vlaams webstek omtrent paranormale verschijnselen lees ik ‘s nachts met een venijnig glimlachje het volgende kersverse verhaal dat zich afspeelt in mijn Kempense geboortedorp Tongerlo: bij valavond staan drie tieners, twee jongens en een meisje, in het geniep een sigaret te roken op het ommuurde, landelijke kerkhof in de schaduw van de
Norbertijnerabdij wanneer ze plots opgeschrikt worden door eigenaardige fenomenen. Vanonder het vers gedolven graf even verder met een voorlopig houten kruisje met de naam Willy Verboven op horen ze het ondergrondse geluid van zware hoestbuien, de typische rokershoest. Witgele rook -sigarettenrook?- kringelt vervolgens op uit de mulle aarde.

De drie tieners zetten het verschrikt op een loopje. Eén van hen vertelt die avond hun “avontuur” aan zijn grotere zus, die het al dadelijk op het webstek plaatst. Over het feit dat hij in het geniep aan het roken was rept hij natuurlijk met geen woord, maar desalniettemin contacteert grote zus diezelfde avond ook de gemeenteraad van Tongerlo per e-mail: zouden dezen misschien de rook die uit het pas gedolven graf van Willy Verboven opstijgt niet kunnen testen op de eventuele aanwezigheid van benzeen, nitrosaminen, formaldehyde en waterstofcyanide, een teken dat het om de rook van sigaretten zou gaan? En wat die hoestbuien betreft, is hij misschien levend begraven? Grote zus vindt deze hypothese uiterst onwaarschijnlijk, en laat het na politie of brandweer op de hoogte te brengen. Ze is moe en haar nachtrust gaat voor.

Meester Willy Verboven dus! Willy Verboven is mijn leraar in het derde studiejaartje in de jongensschool van Tongerlo, op een steenworp van het voornoemde kerkhof, in het verre jaar 1968! Hij is groot, graatmager en heeft een zwart snorretje in de stijl van een Hollywood acteur. En bovenal, hij is een kettingroker, drie pakjes groene Saint-Michel
zonder filter per dag, zowat de zwaarste sigaretten die er in die tijd in de winkels liggen.

In die tijd protesteert ook geen enkele ouder tegen het feit dat hij er lustig op los paft in de klas voor zijn leerlingetjes, onder de zwart-wit foto’s van koning Boudewijn en koningin Fabiola en paus Paulus VI en een immens kruisbeeld. De tijden zijn anders. Roken is nog geen taboe zoals nu. Tot vanmorgen was ik zelf ook een kettingroker, en ik geef de schuld hiervan aan meester Willy Verboven, mijn leraar in het derde studiejaartje in de jongensschool van Tongerlo in het verre jaar 1968, die mij het slechte voorbeeld heeft gegeven.

Ik ben in Brussel, en sinds enkele uren, sinds de begrafenis van Willy Verboven te Tongerlo, een vijftigtal kilometer van mijn woonst, ben ik dus weer tabaksvrij. Dat heb ik aan zijn dood te danken! De paranormale verschijnselen bevestigen deze overtuiging van me. Ik doe u het even waarheidsgetrouwe als onwaarschijnlijke relaas van de vreemde manier waarop ik er in geslaagd ben de sigaret -en hopelijk voor eens en altijd- af te zweren …

Een aantal maanden tevoren maak ik op een gay chatprogramma kennis met een zekere Malik, een Algerijn in zijn veertiger jaren die lang in Marseille heeft gewoond maar thans in Brussel ergens in de wijk van het Weststation verblijft. Bij een eerste ontmoeting een uurtje later in mijn appartement blijkt het goed te klikken tussen ons -met uitzondering van het feit dat Malik klaarblijkelijk een fervent niet-roker is. Malik is eerder klein en atletisch gebouwd met bolle billetjes, kort gewiekt haar en een stoppelbaard. Zoals hij op het chatprogramma heeft gepreciseerd is hij passief, en beleven we beiden het nodige genot wanneer ik zijn aars lik en hem met een condoom penetreer.

Onze relatie wordt ondanks het feit dat ik een kettingroker ben al spoedig hechter: Malik komt een drietal maal per week langs, niet enkel om te buitelen, maar ook om samen een koffie te drinken of zelfs samen een avondmaal te nuttigen in mijn keukentje, geen varkenvlees maar een glas rode wijn lust Malik wel. Van mijn kant laat ik mijn pakje sigaretten van bij zijn derde bezoekje al onaangeroerd tijdens de uren die we samen doorbrengen. Ik wil hem niet onnodig irriteren…

Geleidelijk kom ik veel van Malik te weten. Hij is thans marktkramer, woont in bij een Belgische vriendin met wie hij geen seks meer heeft, en geeft er de voorkeur aan de passieve rol toebedeeld te krijgen met een mannelijke partner.

Malik heeft ook een crimineel verleden waarover hij zonder gêne praat. Hij heeft drie jaar cel gesleten in Marseille. Hij weet alles over de onderwereld, of zoals de Italianen dat verwoorden la mala vita, drughandel, prostitutie, zwendel, ja, zelfs huurmoordenaars. Met mijn brave Vlaamse achtergrond ben ik een beetje geschokt. En ook wat verrast, in mijn verbeelding zijn specimen zoals Malik macho’s, geen gekontneukten. En nemen ze aan niets meer aanstoot, drugs, hoererij, dronkenschap, en zeker geen domme sigaret.

“Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gezondheid en eigen leven,” zegt Malik me op een dag, “en als mensen iemand nodig hebben zoals mij om hun portie drugs of seks te bekomen of uitzonderlijk zelfs een rivaal uit te schakelen, dan is dat hun probleem.”

“Maar vanwaar die absolute afkeer van een sigaret van jou?” vraag ik hem. Malik haalt zijn schouders op: “Mijn vader was een kettingroker. Al vlug gestorven aan longkanker. Ik heb al erg jong op mijn eigen benen moeten staan en instaan voor mijn moeder en jongere broertjes en zussen. We waren straatarm. Zonder die sigaret van mijn vader had ik nooit honger hoeven te lijden, had ik nooit in de onderwereld, en de gevangenis, hoeven te belanden.” Ik geef geen commentaar.

“Mijn grootvader was een roker,” zeg ik tot Malik. “Zoals ook mijn moeder en mijn vader, mijn vader rookte sigaren weliswaar. Mijn moeder liet me haar sigaretten aansteken.” Malik kijkt me bedenkelijk aan. “En dan,” ga ik verder, “na de zondagse mis staan alle mannen van mijn dorp Tongerlo op het kerkplein te roken…”

“… ook meester Verboven. Meester Verboven!” herhaal ik zijn naam, en ik weet niet wat me bezint. Ik weid uit over die leraar in het derde klasje van me, over hoe hij me schrik aanjaagt met zijn strenge blik en zijn verhalen over de pest, en over hoe hij de ene sigaret zonder filter na de andere rookt in het klaslokaaltje zonder het raam te openen en er nu
nog de schuld van is dat ik zijn gewoonte heb overgenomen. “Zo’n man zou ik kunnen vermoorden,” zegt Malik koelweg.

Nadat Malik is vertrokken krab ik met mijn rechterwijsvinger bedenkelijk in de palm van mijn linkerhand. En denk ik onwillekeurig terug aan Julia, de moeder van mijn beste dorpsvriend, geboren en getogen in Tongerlo en Tongels in hart en nieren, én met een hoop -zoals men dat noemt – volkswijsheid. Op een verjaardagsfeestje merkt ze op hoe ik kleine wratjes in die palm van mijn linkerhandje heb. En “kleine Jan,” zegt ze me, “de volgende maal dat er iemand begraven wordt in ons dorp, moet je gewoon in jullie tuin voor de duur dat de doodsklokken luiden die hand met wratjes van je in de grond steken en
driemaal herhalen: “Dode man, neem mijn ziekte mee in je graf.”

Geloof ik in magie? Geloof ik in tovenarij? Is het mogelijk met een dergelijke geste en spreuk al zijn ziektes of lichamelijke onvolkomenheden of slechte gewoontes over te dragen op een vers lijk op het ogenblik dat dit vers lijk wordt ten grave gedragen? Zeker, dit lijk zal er in tegenstelling tot de levende persoon die de vloek uitspreekt geen last meer van hebben. Onnodig te zeggen ook, een viertal dagen na het verjaardagsfeestje voer ik het experiment uit. Sindsdien heb ik nooit meer wratjes in de palm van mijn linkerhand gehad. De wonderen zijn de wereld nog niet uit…

Bij een volgende bezoekje, na een hete buiteling, vertel ik Malik over dit bijgeloof in ons dorp. “Die klasleraar…” “Meester Verboven,” onderbreek ik Malik. “Die klasleraar is er de schuld van dat je thans nog rookt?” Ik knik. Malik vraagt me zijn gegevens op te sporen met Google. Een viertal minuutjes later weet ik genoeg: “Hij is weduwenaar, éénenzeventig jaar, gepensioneerd natuurlijk. Zijn adres is: Sint-Servaasstraat 34 te Tongerlo.” “Noteer dit alles op een papiertje voor mij,” zegt Malik koelweg.

“Als we dood zijn groeit er gras op onze buik,” zingen we als kind in Tongerlo. Malik of één van zijn partners in crime laten er blijkbaar geen gras over groeien. Een vijftal dagen nadat ik hem de informatie omtrent mijn lang geleden klasleraar en kettingroker meester Verboven heb doorgespeeld, lees ik een grappig nieuwtje op internet: in Tongerlo, in de Sint-Servaasstraat, wordt een alleenstaand oud man door een gealarmeerde buur dood aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk een moord, de man werd vastgebonden op zijn bed, zijn huid werd vol gekleefd met nicotinepleisters. De autopsie moet nog uitmaken na hoeveel tijd de man, Willy V., aan een nicotinevergiftiging is bezweken.

Malik komt de dag erna langs. “Je gelooft blijkbaar in magie?” vraag ik hem. Hij haalt zijn schouders op. “Je wil écht dat ik het roken voor goed opgeef?” Hij kijkt me aan. “Je weet hoe mijn vader gestorven is,” zegt hij, “we houden blijkbaar van elkaar, laten we ons geluk niet dwarsbomen.” Ik bijt op mijn onderlip. “Je weet wat je te doen staat,” voegt Malik eraan toe. Ik weet wat me te doen staat…

Ik ben onschuldig. Ik heb Malik niets gevraagd, laat staan hem betaald of ingehuurd om meester Verboven met een nicotinevergiftiging het graf in te sturen. Ik wil stoppen met roken. Niet met pleisters, door hypnose of een therapie, dan wel op het magische luiden van de doodsklokken van de parochiekerk van Tongerlo. Dat men me van de moord op
meester Verboven verdenkt is uiterst onwaarschijnlijk. Maar me in Tongerlo, met mijn hand ergens in de aarde bevinden terwijl meester Verboven ten grave wordt gedragen, lijkt me een – hoe miniem ook – te vermijden risico. Ik moet een andere oplossing vinden. Hier in Brussel. Het lot steekt me een handje toe…

… Het lot steekt me een handje toe. Even later krijg ik een telefoontje van Maria, de trouwe verzorgster en gezelschapsdame van wijlen mijn moeder, aan wie ik de opdracht heb gegeven het ouderlijk huis in de schaduw van de parochiekerk te Tongerlo leeg te halen. We praten over de stripverhalen die ze nog heeft weten te verkopen, mijn persoonlijke
documenten uit mijn kindertijd zoals brieven en schoolrapporten -misschien wel van meester Verboven … – die ze op mijn aanvraag ondertussen vernietigd heeft, de pannen en ketels en borden en tassen die wellicht naar het Leger des Heils zullen gaan, en dergelijke …

“Maria, heb je even de tijd,” zeg ik aan de telefoon, “ik ga vlug een sigaretje nemen en dan kunnen we verder praten.” Mijn opzet is geslaagd. Als Tongelse doet Maria nu het relaas van de vreemde moord op kettingroker meester Verboven. Ik veins niets te weten. Uit haar mijn verbazing. En vraag dan wanneer de uitvaartplechtigheid plaatsvindt. “Nu woensdag om tien uur,” zegt Maria, “ik ga er zeker heen.”

“Wil je me nu woensdag dan een kleine dienst bewijzen, Maria, je hoeft me niet eens om uitleg te vragen, akkoord?” zeg ik. Ik verzoek haar een kort tekstberichtje, “nu” bijvoorbeeld, naar mijn draagbare telefoontje te sturen op het ogenblik dat na de dodenmis de kerkdeuren open gaan en de doodsklokken beginnen te luiden om de rouwstoet van Meester Verboven tot aan het kerkhof te begeleiden, en vervolgens nòg een kort berichtje vlak nadat de klokken zijn uitgezongen en men met de kist ter plekke, aan het open graf, is aangekomen.” “Je zal nooit veranderen, jij fantast,” zegt Maria me door de telefoon.

Woensdag, omstreeks kwart voor elf, meester Verbovens begrafenismis zit erop. Op het ogenblik dat ik Maria’s eerste berichtje, “nu”, ontvang, en de doodsklokken in Tongerlo vijftig kilometer verder beginnen te klagen, steek ik mijn linkerhand in een halfvolle zak potaarde voor planten alhier in mijn Brusselse appartement, rook ik met behulp van mijn rechterhand wat mijn laatste sigaret zou moeten worden, en formuleer ik traag, tot driemaal toe, de volgende woorden: “Meester Verboven, dode man, neem de vuiligheid in mijn longen mee in je graf evenals mijn zin om ooit nog een kankerstokje op te steken.” Bij Maria’s tweede berichtje haal ik mijn linkerhand weer uit de potaarde en duw met een agressief gebaar de peuk van de sigaret erin uit.

Ziezo!

Epiloog. We zijn drie weken verder, ik heb de sigaret afgezworen, Malik en ik beleven samen zeer geregeld innige uurtjes. Wat meester Verboven betreft, van Maria heb ik geen enkel verontrustend nieuws opgevangen, of men hem bijvoorbeeld weer zou opgegraven hebben, of er nog rook zou opgestegen zijn vanuit zijn graf, en bovenal, of men misschien al op het spoor van een eventuele dader zit. Ik zou zeggen: requiescat in pace, mijn dierbare Willy Verboven, mijn leraar in het vierde studiejaartje in Tongerlo en de verwoede kettingroker die me als kind ooit het slechte voorbeeld heeft gegeven. Misschien wordt ons verhaal ooit nog stof voor een urban legend!

Jan Vander Laenen

Jan Vander Laenen (Heist-op-den-Berg, 1960) debuteerde onder het pseudoniem Antoine Wiertz bij uitgeverij Facet in 1988 met de verhalenbundel “Een vonk van genie”. Bij dezelfde uitgever verschenen “Gevaarlijke liefdes” (1989) en “Het nimfomane huwelijk” (1990).

De jaren erop schreef hij een aantal scenario’s en toneelstukken om in 1998 onder eigen naam een vierde verhalenbundel te publiceren bij uitgeverij Kramat, “De schone slaper”.

Vander Laenen is lid van de Horror Writers Association en de Poe Studies Association. Hij presenteerde zijn paper “Hypotheses on Poe’s Homosexuality” naar aanleiding van de tweehonderdste verjaardag van Edgar Allan Poe te Philadelphia in 2009. Ook heeft hij een passie voor de Belgische Romantische schilder Antoine Wiertz (1806-1865) en hoopt hij ooit te kunnen doctoreren over deze kunstenaar of diens leven tot een film of toneelstuk uit te werken.

Categorieën
Humor Poëzie

Meditatietechniek

Oh onmetelijk universum

Negeer en vergeet

Deze onwaardige worm

 

Jef Louisa Versmissen

Jef Louisa Versmissen, bezieler van Kortsluiting, muzikant bij Bluenoid, podiumdichter op pensioen, bloedserieus als het op eten aankomt.

Muziek: https://soundcloud.com/bluenoid/tracks

Woord: https://www.smashwords.com/profile/view/JLV2200

Categorieën
Column

De raketten van ‘den Challenger’


Ik zapte afgelopen woensdagavond even naar die geplande lancering van SpaceX. Ik vond het even boeiend als paalzitten op het Zilvermeer. Mijn gedachten flitsten meteen naar de Challenger. Nee, niet dat ruimteveer. Het was immers ook de naam van een schimmige discotheek in het bosgebied op de grens van Beerse en Gierle. Vandaag de dag heet het The New Challenge en is het een propere taverne met B&B. Maar dat was eind vorige eeuw anders. Toen gingen daar volgens de kleine geschiedenis heel wat mensen van de grond en werden er aardig wat raketten afgeschoten. Ik belandde er ooit tijdens een vrijgezellenavond. Een kameraad probeerde aan de toog een sigaret aan te steken. Meteen rolden zes overrijpe vrouwen vechtend over de dansvloer. Tot nummer zeven plots een ‘allumeur’ voor zijn verbaasde snoet hield. Of die dag toen ik afzwaaide als soldaat-milicien. De laatste stop was Challenger. Een sympathieke dame bracht me naar huis omdat ik in het bos dreigde te verdwalen. Een paar dagen later zat ze samen met haar man aan tafel in een plaatselijke tennisclub. “Bedankt voor die avond in ‘den Challenger’”, zei ik vriendelijk. Ik geloof dat het koppel daarna vier jaar in relatietherapie is geweest.


Enfin, helemaal nuchter en met een compleet vrij geweten zat ik op 28 januari 1986 voor de tv. Ik moest het even opzoeken, het was een dinsdagavond. Het ruimteveer Challenger stond op Cape Canaveral
klaar om de ruimte in te vliegen. Ruim een minuut na de lancering gebeurde het drama. Alle zeven bemanningsleden kwamen om. Ik weet het wel, daar valt absoluut niet mee te lachen. Toch moet ik het
volgende even meegeven toen de beelden binnenkwamen. “Den Challenger is ontploft!”, riep ik in de living uit. Moederlief panikeerde niet en bleef in de keuken ijzig kalm. “Amai, chance dat die in de
week dicht is.”

Dominique Piedfort

(Deze column verscheen op zaterdag 30 mei in GVA. We kregen toestemming van Dominique om te herbruiken.)

Dominique Piedfort (oorspronkelijk uit Beerse) is journalist voor Gazet Van Antwerpen, maar schreef ook voor VI.BE, De Morgen en de VRT.

Dominique is ook begeesterd muziekliefhebber en staat in de Kempen bekend als ‘de man die dEUS echt ontdekt heeft’.

Dominique houdt van humor, soms wat zwartgallig, maar altijd grappig. En met een hart voor zijn geboortestreek.