Categorieën
Muziek

De vlucht van de zwaluw

DC Swallow zegt u. Ja, DC Swallow. De ‘D’ staat voor Dave en de ‘C’ voor Cornwell, en die Swallow, dat is een zwaluw. Daar heb ik ooit de betekenis ook wel eens van geweten, maar die is verzwolgen in de zeeën van tijd en decadentie.

In 1807 schreef DC Swallow al in zijn blog dat het eens tijd werd dat hij zichzelf ‘toont’ aan de eventueel geïnteresseerde wereld. Hij loopt immers al heel zijn leven te ‘kunstenaren’ en te crëeren en te scheppen, maar heeft de vruchten van zijn brein nog maar zelden gedeeld met de medemensch. And slowly but surely komen de dingen samen.

Maar waarom DC Swallow op een website die schrijft over Kempense kunst met een hoofdletter? Wel, gewoon omdat de ondertussen al jaren in Gent vertoevende muzikant eigenlijk gewoon afkomstig is van Beerse, u weet wel, achter het koperfabriek tweede gracht links en daar moet ge het nog maar eens vragen.

Ik leerde Dave kennen in de nevelige jaren negentig toen ik als dichtende punkgitarist in een reggaegroep terecht kwam. Op een ochtend na een geweldig feest in een bos ergens, stond een jonge DC met een cassette in zijn handen aan onze auto, die net ingeladen was. Toffe pee, cassette in het deck en wat ik toen ontdekte was geniaal: stampende techno, gelaagde geluiden, muzikale waanzin, … het feest begon gewoon terug van voor af aan.

Enkele maanden later nodigde ik Dave uit voor een jamsessie, waar geloof ik ook zijn broer Vince – aka Zimbob, maar daarover later een artikel – op aanwezig was. Die jamsessie is de reden wellicht dat er in Vlaanderen destijds strengere geluidsnormen werden opgelegd, maar man, was dat legendarisch. Ik moet nog altijd lachen als ik daar aan terug denk.

Maar schone liedjes duren niet lang, en even later trok in mijn rugzak aan en trok de wijde wereld in, met als extra een extra lange mixtape van DC’s nummers, die me in de clubs in Singapore en Bali onmiddellijk een hele schare trouwe vrouwelijke volgelingen bezorgde. DC Swallow werd door de collega’s van de experimentele dubband Dubtales opgepikt en de rest is geschiedenis. De combinatie van dance en dub was een hit en met Dubtales toerde DC Swallow in Vlaanderen en Nederland. Hun naam en faam waren terecht groot. Dit succes kende een internationaal vervolg met Plastic Buddha en hun fantastische ‘Throwing stones in placid pools’.

In de jaren die volgde kwam ik Dave nog regelmatig tegen, vooral online. Hij was verkast naar Gent waar hij in zijn zolder muziek bleef maken, zonder enige toegift aan de commercie, quasi enkel en alleen met hardware keyboards en samplers, zonder al te veel vooraf geprogrammeer. Ene van de oude stempel, zoals we dat hier zeggen. Qua stijl is DC Swallow wat rustiger geworden tegenover zijn jonge jaren, maar muzikaal blijft hij heel uitdagend, en humoristisch. Check zijn dance-versie van ‘Laat ons een bloem’ van Louis Neefs anders eens.

Op YouTube en op SoundCloud laat hij regelmatig iets los, maar heel regelmatig is The Swallow niet. Maar als het er komt, dan is het goed, en zijn de vele fans blij en gelukkig. Onder die fans niet de minstens, zo weet ik dat Eduardo Delvino, de geniale producer van het Nanouchi Label, een grote fan is, en al jaren via allerlei slinkse omwegen Dave in zijn studio probeert te krijgen.

Zijn we al bij het einde? Ok, dan wil ik Dave nog even bedanken voor zijn vele jaren prachtige muziek. Ik hoop dat er stillekesaan eens iets wordt gedaan aan zijn voorspelling uit 1807. Dave, onze aandacht heb je al.

En allez, om het volledig te maken. Hier ook nog even de SoundCloud van DC Swallow …

… enjoy!

Niet voor watjes …
Categorieën
Woord

De Stronthoek Case

Cardinal hadden we opgenomen. Dat kon wel even wachten want vanavond werd een crimineel raadsel van een ander kaliber ontrafeld. Wie had de dode in de Stronthoek op zijn geweten? Sinds Stormloop 2019 hield het ons bezig.

De postkaarten met duistere tips, die indertijd als een bloederige rode draad door het kunstenparcours liepen, brachten ons alleen maar meer in verwarring. In het kader van ‘De nacht van het Kempens Erfgoed’ zou er eindelijk opheldering komen. Dra zouden we de identiteit van de moordenaar vernemen. Wie doodde Gust Schoen?

Natuurlijk hadden we ook het boek kunnen lezen. Maar we vernamen het toch liever van Jef met zijn Kempens, naar het Turnhouts neigende dialect.

Eén dode was voor Jef genoeg. Daarom had hij de stoelen in de Lakenhal ver van elkaar geplaatst. Bovendien was maar de helft van de toch al schaars aanwezige zitplaatsen bezet. De angst voor ziekte en ander onheil zat er goed in. Er was al genoeg ellende in de wereld.

Wij voelden ons nochtans veilig, zo op onze stoel, bij Jef. In aanwezigheid van deze Sherlock kon ons niets gebeuren. Bloedstollend hoe hij, samen met zijn kompaan Ernest Claes, de Stronthoek-case ontrafelde. Een true crime story bol van intriges, listen en bedrog. Dit alles heel toepasselijk in het decor van het Herentalse Erfgoed anno 1919. Fons Flapoor, Melanie Smoskop, Jakke Vos, ze zaten er allemaal voor iets tussen. Hoe precies? Daar moest Jef soms ook even voor in zijn papieren kijken.

In elk geval, losliggende kasseien zijn extreem gevaarlijk en ideaal als moordwapen.

We hingen een dik uur aan Jefs lippen die deze heerlijke thriller zo begeesterd vertelde alsof hij hem zelf had verzonnen.

Wegens omstandigheden was er geen gelegenheid om bij te komen bij pot en pint. Dus keerden we huiswaarts, goed oplettend voor losliggende kasseien. En we vergaten haast voor even dat er een killervirus op de loer lag.

Jo Lamers

Categorieën
Uncategorized

Keukengedicht

Een tekstje schrijven

Da’s het plan

Iedereen verbazen met wat ik kan

Maar kan ik het wel

Hier tussen de was

En tussen al wat gisteren was

En wat vandaag nog allemaal moet

Nochtans niks met dwingende spoed

Er slingert teveel rond in het hoofd

Wat het creatief denken dooft

Misschien eerst joggen en dan in’t bad?

Hoe doen de Nico Dijkshoorns dat?

Die zitten toch ook gewoon in hun keuken

Dus go with the flow en laat het gebeuren

Toch maar eerst koffie, of toch niet

’t is niet dat je haar naar binnen giet,

de inspiratie. Ze komt vaak van boven. 

Maar hier alleen voetstappen die storen.

En het huis dat ontwaakt veel te luid met lawaai

Met geeuwen als leeuwen. Een krijsende kraai.

De ‘chasse’ van ’t toilet lijkt de niagara

Mijn inspiratiebron in de sahara.

Ik wil een bureau met geluidsisolatie

En lichtbundelinval voor inspiratie.

Categorieën
Uncategorized

Een vrolijke noot

‘Als je iets leuks weet, stuur maar door,’ eindigde mijn Brusselse vriendin ons telefoongesprek.

De tweede coronagolf houdt haar uit haar slaap. Al twee dagen werkt ze aan een procedure om de vuile was volgens de regels op te halen bij haar moeder in het woonzorgcentrum.

Over alle uitstapjes die we gepland hadden hangt een dikke mist van twijfel.

Is dit veilig? Overleven we dit zonder eten en drinken? En op welk toilet zijn we nog welkom?

Draaiden ze de hele boel maar op slot. Dan konden we tenminste zonder twijfel thuisblijven.

En dan kon ze genieten van ‘de wijn van een goed jaar’ die haar man preventief al in huis had gehaald.

Het was duidelijk. Ze had nood aan een vrolijke noot, aan three little birds on her doorstep. Uit welk zoetgevooisd bekje ging deze onbekommerde melodie komen? Uit het repertoire van mijn partner die sinds zijn tijdelijke werkloosheid fluitend door het leven wandelt? Hij had me net gemeld dat de komkommers in de Colruyt van plaats waren veranderd. Jaja, komkommertijd. En vanmorgen kroop hij op handen en knieën over de vloer. Net een plukje okselhaar weggeknipt vanwege helemaal in de knoop. Nu was het ontsnapt en wie weet was het wel in mijn handtas gevallen die daar ergens rondslingerde. Van deze huis-tuin-en-keukenfratsen ging mijn vriendin niet vrolijk worden.

Dan maar weer eens het verhaal van de blote tuinkabouterin, bedacht ik.

In de Kempen een kijkcijferkanon, maar in het Brusselse vast en zeker tussen de mazen van het hoofdstedelijk nieuws geglipt.

Ik kopieerde de link en mailde hem door.

Toen zag ik dat ze me voor was geweest met een link naar een reportage over ene Wopke Hoekstra en hoe die in Nederland op een sympathieke én efficiënte wijze de touwtjes in handen houdt in volle coronatijd.

De verbouwereerde Louis met zijn tuinkabouterin verbleekte bij Hoekstra, en wellicht verstond mijn Brabantse vriendin geen woord van de ‘aangedane’ Louis.

Maar ze had altijd haar wijn nog van een goed jaar.

Categorieën
Muziek

Majestoso

Robin Verheyen, solo in de Kapel.

Foto: JLV, hergebruik mag mits Duvel

Vandaag stond saxofonist Robin Verheyen, bekend van zichzelf en van Taxi Wars, solo op de planken van de Kapel in Herentals. Inderdaad, solo, als saxofonist. Gedurfd dus. Robin werkt aan een nieuwe solo-plaat, blijkbaar zonder andere instrumenten, als we de aankondiging mochten geloven.

En dat deden we dus. Zodat we ineens ook kunnen toegeven dat we opnieuw geen titels kennen. Dus gaan we voor de sfeer. Die zat goed. De akoestiek in de Kapel is op zich al een monument en daar kerfde Robin Verheyen een dik uur lang zijn sax in. Een intense ervaring.

Het concert begon met een soort slangenbezweerderstrack die mijn innerlijke cobra liet ontwaken, deed rondspieden in mijn ontzielde brein, om die vervolgens te bedwelmen. Daarna ging het enkel maar bergop. Jazz die zich ontwikkelt terwijl je adem stokt. Muziek die zijn eigen orkest blijkt worden. Het geluid van een blaasriet dat droogt. De ijskast die meebromt in de maat, een koffielepel die op de juiste tel op de grond dwarrelt.

Een sax man die naar adem hapt.

Hoest …

… de ogen gesloten houdt.

Diepe, ruwe, zachte tonen … Robin Verheyen speelt misschien niet virtuoso, hij gaat gewoon voor majestoso. Telkens een nieuw track. Een nieuw geluid. Je voelt Miles David en John Coltrane meeknikken op de melodie. Je hoort achtergronden die er niet zijn, ruisende zeeën, zwoele feesten op Braziliaanse stranden, technobeats in clubs die om 4 ‘s nachts openen. Muziek die ademt.

Een sax heeft een orkest nodig, zegt men dan. Klopt niet, en Robin heeft gelijk. Hij trekt zich er gelukkig niet al te veel van aan. Komt schoon op tijd aan, met een proper hemd aan. Geen praatjes, enkel muziek. Geen welkom, geen bindtekst, en op einde een verlegen ‘dank je’ voor het daverende applaus van een volledig ingepalmd publiek.

Deze cool cat is een rasechte jazz man. Laat die soloplaat maar komen!

Categorieën
Uncategorized

Troubadour boven de stoof

Als zanger van de band The Doors is hij alom gekend. Althans door de oudere jeugd onder ons, want voor de huidige jeugd is The Lizard King oftewel Mr. Mojo Risin’ het equivalent van een fresco op een witgekalkte muur en doen de aliassen van Jim Morrison even vreemd aan als de aanblik van een Indische sari in een Vlaams straatbeeld. Zelf moet ik toegeven dat zijn met wolvlokking gevulde hippie outfit ook van voor mijn tijd is. En ik zijn liederen enkel van vinyl, cassette en Youtube ken. Desalniettemin is het genre van psychedelische, hard- en bluesrock van The Doors een onontbeerlijk iets voor elke muziekliefhebber. Alleen al ter loftuiting voor de tekstschrijver en dichter die Jim Morrison was. Over de doden niets dan goeds. 

Maar eerlijk is eerlijk, Mr. Mojo Risin’ kon bijwijlen een asociale Mr. Klojo zijn waar geen bestuurder nog vat op had. Jim Morrison raamde dat zijn escapades even sappig zouden gesmaakt worden als een verse ananas, maar de katholieke Amerikaanse autoriteiten proefden enkel het zure ervan. Geen enkel kerkelijke rite schrijft overmatig drank- en druggebruik en het daarbij horende obsceen gedrag voor. Nog liever bonden ze hem vast aan een eenzame boom ergens op een glooiende heuvel rond Minsk. 

Voor zijn fans toonde Jim Morrison zich als een troubadour die met krachtige bezieling over de diepste kwalen van zijn gemoed zingt. Met een ego dat bereid is om door elke vrouw zijn wangen te laten aflikken. Dat is het zichtbare gedeelte. Dat is wat hij liet zien. Maar wat met de diepste kwalen van zijn gemoed? Misschien moest erover gezongen worden omdat hijzelf niet de jus had om er iets anders mee te doen. Misschien deed hij dat zingen met een krachtige bezieling als was hij een Afrikaans land dat gebukt gaat onder een tropisch klimaat waarin tussen grote droogte en zware regenval geen middenweg te kiezen is. 

Wat er ook van zij, Light my fire is allang uitgeblust. Om dan boven de restanten van wat ooit een stoof is geweest terecht te komen. Hà!

Lizzy Dizzy

Categorieën
Column Event Humor

Parnastival: gedemptevaarststock

Of all the culturele centra in all of the world, I had to walk into ’t Schaliken. Daar werd vorige zondag, in het kader van herinneringsmomenten aan Ruwe Ronald Luyten aka De Witte Stilte de film van het Parnastival, een eendaags muziekfestval uit de Moderne Tijd (1976) vertoond.

Aan die prent over het “Woodstock aan de Gedempte Vaart” heeft, oneer wie oneer toekomt, ondergetekende een piepklein beetje meegewerkt in de vorm van geluidsassistent: de knopkes Record en Play van de cassetterecorder, destijds een staaltje spitstechnologie, op het juiste moment indrukken. Laat nu juist de geluidsband van de film overduidelijk de zwakste schakel van het geheel zijn en (niet alleen, edoch) mea maxima etcetera.

Ruim 70 gemaskerde weemoedigen, voor het merendeel mensen die al vergeten zijn dat ze Abraham/Sarah al hebben gezien, woonden het Evenement bij. Kurkdroge, maar noodzakelijke info: Parnas was een alternatieve jongerenorganisatie die ook (wereld-)winkel speelde en die mede werd opgericht door voormelde Ruwe en regisseur Mark Pelsmakers.

De “Pels” al een kwarteeuw niet meer onder ons, was met Parnastival aan zijn langspeelfilmdebuut toe en dat zie je dan ook. Na de eindgeneriek deelde mijn volautomatisch notitieboekje het volgende mee: de film volgt de voor concertprenten geijkte chronologische formule (het idee, de opbouw, de uitvoering, de aftermath) niet en dat komt de cohesie niet ten goede, het schrijnend gebrek aan beeldmateriaal wordt opgevuld door leuke, maar niet ter zake doende Dikke en Dunne-fragmenten, het idee van synchroniciteit tussen beeld en klank wordt constant uitgelachen, de namen van de bands zijn (bewust) altijd verkeerd, de humor is nog meer belegen dan mijn oude kaas en het feit dat het zonlicht die dag wel erg fel scheen is nog geen reden om gedurig het overbelichte op te zoeken.

Het meest opmerkelijk is de volslagen afwezigheid van wel gesprek/interview dan ook. Zou nochtans leuk zijn geweest, bedenk ik me dan. Het geheel baadt in een (toegegeven: tijdsgetrouwe) sfeer van plezante alternatievelingen op zoek naar bevestiging van hun alternativiteit. Dus? “Een interessant tijdsdocument” aldus galerijhouder en Stormram G.V. – die er een gewoonte van heeft gemaakt het nooit met mij eens te zijn. De nimmer om een eigengereid oordeel verlegen Jackie (die van de frituur vroeger) stelde onweerlegbaar: “Rommel, maar wel plezant om zien”.

Nu moet U weten: het tijdsgewrocht in kwestie was er een van de “tegencultuur” (later door de heer Jambon etymologisch misbegrepen) en de strijd van de Jonge Intellectueel tegen Het Gezag, bij voorkeur belichaamd door BOB’ers in uniform, ijverig zoekend naar “verdovende drugs” bij het “langharig werkschuwtuig”. Een cliché, maar één met groot waarheidsgehalte. En dus gold het adagium: if you’re going to Parnastival, be sure to wear etcetera. En daar begint mijn hippiesandaaltje te knijpen. I never believed in flowers, tenzij die “du mal” en die van “le malheur”.

Veel dichter bij wat ik mijn Lebensempfinden noem (hoe noem je zo’n beestje?), kwam ik amper één jaar na Parnas: een optreden van The Clash in Leuven en van Joy Division in Antwerpen en Ukkel. Het festival van “de levensvreugde” beperkte de vreugdemomenten tot seks, bier, dans, wiet, blues en, jakkes, het zachtere akoestische gitaarwerk. Natuurlijk zal ik dat als 17-jarige als een orgelpunt beleefd hebben, maar door de tweede visie ooit van de film overtuigt mij dat ik ofwel erg naïef ofwel zo zot als een orgel(punt) was.

De échte reden is, vrees ik, volgende tussentitel: NOSTALGIE IS NIET MEER WAT HET GEWEEST IS. Anders gezegd: le passé raakt mijn kouwe kleren niet meer, en “alternatief” durf ik al jaren niet meer te zijn in tijden van volle vermainstreaming en verkleutering. Leve de saaiheid, luidt mijn motto, en veel mensen vinden mij de verpersoonlijking ervan! Echter!! Daags voor het festival heeft de auteur van dit langdradig stuk een moment van transcendentale schoonheid beleefd, zo mooi dat het niet op pellicule kon vastgelegd worden. Na zware arbeid aan het podium (elke lichamelijke arbeid valt mij zwaar) verpoosde ik, zittend in het ondiep van het Kempisch kanaal.

Tussen het sleuren aan de obligate joint door viel mij de vuurrode avondzon op en ging mijn meditatief onderbewustzijn richting Benares (Varanasi heet dat nu). Dat Ganghesgevoel werd nog aangedikt door een voorbijdrijvend koeienkadaver, weliswaar in de vorm van leeg pakje La Vache qui Rit. De diepte van Nietzsches eeuwige terugkeer en Schopenhauers visie van de wereld als wil en (film-)voorstelling, daar had ik in de film toch een ietsepietsie van willen terugzien.

Te vergeven, maar niet de cruciale blunder, bondig samengepakt in de allitererende tussentitel GEEN GLIMP VAN GERDA, GODVERDOMME. Gerda, dat was, om haar naam niet te noemen, Gerda B*ck*rs uit het toen nog als verafgelegen beschouwde Hulshout, een feeërieke verschijning waarop ik mij meermaals letterlijk de tanden hebben stukgebeten (een anekdote die ik uit pure schaamte niet durf te vertellen). Het sneeuwblondje uit Hulshaat had als maten 90, 60 en 90! Nooit begrepen, overigens, waarom zij haar vrienden nummers gaf – ik was wellicht 000.

Swat, ondergetekende heeft de inmiddels 61-jarige (tenzij RIP heeft toegeslagen) GB voor het laatst gezien op, drie puntjes, Parnastival. Daar kreeg ze van mij in ruil voor één schamel bonnetje niet de gevraagde boterham met tahin, maar drie stokbroden, een pot tahin en nog een potje honing toe, kwestie van mijn Freudiaanse aanvalstactiek in origine te richten op het smaaksegment. To cut a very long story short: het brood bracht geen spelen teweeg.

Absoluut oninteressant om weten, maar ik zeg het toch, is hoe raar het lot toch is: GB kwam twee dagen voor de filmvertoning nog ter sprake bij een als dialoog vermomde monoloog van mij met een ex-dorpsgenote van haar, bekend als de eerste helft van de Annemiekes. Zij beloofde plechtig het script uit te werken van mijn volgende film, Whatever happened tot Gerda Beckers? In de Parnastivalfilm komt zowat iedereen in beeld, maar mijn (gewezen?) natte jeugddroom niet en ik, God save the Queen, gelukkig evenmin. En met één still, één stilleven van Gee had mijn filmhonger gestild geweest en kon ik Hametiaans afsluiten met: de rest is still(te). Nee, dus. Interessant tijdsdocument, dus. Vol levensvreugde, dus. Alsof die de jongste decennia al niet genoeg van de pretzenders spat.

FanOfGodSpeed

Categorieën
Humor Muziek Woord

File op E313 erkend als Unesco erfgoed

Een van de populairste tradities in de Kempen is natuurlijk de file op de E313. Ontstaan in de jaren zestig en gaandeweg aan populariteit gewonnen tot nu de dagelijkse samenkomst zelfs tot voorbij Herentals reikt en dit helemaal coronaproof!

Onlineradio Kempisch Kanaal doet daarom een oproep om deze traditie op te nemen worden in de UNESCO werelderfgoedlijst zodat deze nog voor generaties in ere blijft verder bestaan. Om deze actie kracht bij te zetten, zal het ook druk worden dit weekend op het Kempisch Kanaal, met mogelijks filevorming tot gevolg.

Wat vaart er allemaal rond dit weekend?

Op zaterdag 19 september speelt DJ Blue Man van 10 tot 12 uur live vanuit de Wolwinkel in Geel. Hij haalt zijn beste Japanse popparels, cumbiaaah!, ernstige reclamespots, dwarse fluiten, dwarse katten en afrobeat boven.

Van 12 tot 14 uur spelen DJ Toekanbaas en DJ Lorelei live vanuit de Toekan in Heist-op-den-Berg onder het motto “tussen de Cappuccino’s en de patatten”, niet te verwarren met “tussen de soep en de patatten” want soep serveren ze niet in Toekan.

Twee straten verder speelt Radio Storm vanop het zonneterras van De Living in Heist waar ze 11 kaarsen uitblazen. Van 14 tot 15 uur speelt Radio Ontspanje, een hete trip langs de fijnste Flamenco, Rumba,, Pop en Rock van Spanje. Van 15 tot 16 uur is het tijd voor een Tropical Indian Summer session with DJ D. Bardeure. Van 16 tot 18 uur komen we Radio Sanseveria tegen, van 18 tot 20 uur 2 Brothers on the 4th flour.

Kunde gij nog volgen?

Wellicht speelt dan van 22.15 tot 1 uur live vanuit cafe de Wolwinkel een nieuwe Winterland Indian Summer Set. Radio STORM goochelt met de seizoenen voor wie de bladeren al ziet vallen met een greep uit de Winterland podcast en een Indiaan bij zonsondergang. De aanleiding voor dit alles is het concert van Kameel in cc De Werft wat moet nabesproken worden bij nacht en ontij in cafe de Wolwinkel.

Op zondag 20 september speelt Radio Storm van 15 tot 17.30 uur in cultuurcentrum ’t Schaliken. Ze eren er Ronald Luyten, AKA DJ Witte Stilte. De man stierf 3 jaar geleden vrij plots en schonk zijn hebben en houden waaronder een collectie schilderijen aan het Jacob Smits Museum in Mol. In Herentals wordt hij nu herinnert met een EXPO in Art Center Hugo Voeten,

Van 20 tot 22.30 uur sluiten het weekend af met een livestream concert van ALP (solo) vanuit Cafe De Living. Voila dit volstaat, tot morgen!

(gepikt van Facebook en enigszins aangepast voor publicatie)

Categorieën
Woord

Poëzieweek 2021

De jaarlijkse Poëzieweek vindt volgend jaar plaats van donderdag 28 januari 2021 tot en met woensdag 3 februari. In de loop van de Poëzieweek willen we graag gedichten publiceren. Heb jij een gedicht geschreven voor de Poëzieweek, dan mag je dat hier doorsturen. Dat mag nog tot vrijdag 5 februari. Het thema van de Poëzieweek is ‘samen’.

Categorieën
Woord

227 Days 227 Lays

Loslaten van alle begin en einde

Voor peuters en kleuters leeft alles en iedereen. Tegen hen zeggen dat die of dat niet meer leeft, is als ontkennen dat de schaapjes die ze ’s avonds tellen niet uit wol en vlees zouden bestaan. Of dat de boze wolf niet in staat zou zijn om de grootmoeder van Roodkapje met huid en haar op te eten. En als hij dat toch zou doen, leeft in de kinderhoofdjes grootmoeder nog lang en gelukkig in de buik van de boze wolf.

Hoe goed ouders het ook met hun kinderen mogen voorhebben, er zijn van die heel zekere waarheden waarover ouders enkel kunnen praten wanneer hun voltallige kroost in slaap is. En dan nog verlopen zulk heikele gesprekken in een codetaal. Regel nummer één is dat je je kinderen noemt bij hun koosnaam. Regel nummer twee is dat je het onderwerp aangenamer voorstelt dan het werkelijk is. Tip is te denken aan de wortelpuree dat je tussen de stijf op elkaar geklemde lippen van je kind wil laten vliegen. En als het kleine stuk vreten met de wangen vol oranje smurrie het op een blèren zet, jij zelf op en neer gaat wippen van: ‘Lekker! Lekker! Lekker!’ Regel nummer drie is grenzen stellen aan je ouderlijke bezorgdheid. Los vuil dat je ziet neervallen op het tutje dat op het punt staat in je kleine zijn mond te belanden. Dat soort van heel kleine atomaire onderdeeltjes, die alleen ouders kunnen zien en die op de keper beschouwd zelfs gunstig zijn voor dat klein levend wezentje. Het niet willen horen dat dat het verdedigingssysteem kan helpen om indringers te bestrijden. Nog liever je eigen mentale gezondheid in gevaar brengen met de verzameling aan obscure informatie dat op het internet te vinden is, dan dat je de natuur haar gang laat gaan. En zo zijn er waarschijnlijk nog tig aan regels. Punt is dat het allemaal draait rond het loslaten van alle begin en einde. Op ieder moment kan en zal er wel iets gebeuren dat er gevaar voor schade of verlies dreigt. En dat moet niet altijd gepaard gaan met het lichaam dat in zijn ademhaling wordt belemmerd. 

Kinderloos als ik ben, vergelijk ik de opvoeding van kinderen graag met kunst. Op een bepaald tijdstip ziet de schilder, net wanneer hij met onverdeelde aandacht alleen het strijken van zijn penseel op doek kan horen, dat de verf een doorgang naar de vloer heeft gevonden. Voor de ouder heeft het verschijnsel van kleuren buiten de lijnen hetzelfde effect als een rode lap op een stier. In zijn functie van opvoeder ziet de ouder een begin dat goed begonnen is, maar een einde dat moet afgesloten worden. De schilder daarentegen, laat de lucht eerst nog eens traag door zijn mond naar binnen en buiten gaan. Stapt in gedachten af van wat normaal is en verwacht wordt. Wikt en weegt de mogelijkheid dat hij misschien het equivalent van een kind aan het verwekken is. Vergeet dat de verf op de vloer een nare gebeurtenis zou kunnen zijn en ziet het plezier van het onvermijdelijke in. Hij berust in wat mag zijn en wat hem toekomt. Hij laat los en neemt zijn tijd. Tweehonderdzevenentwintig dagen lang om precies te zijn. 

Lizzy Dizzy